|
|
| We maken tussen 7 mei
en 19 juni 2010 een rondreis door het Zuidwesten van de Verenigde
Staten. De reis gaat voornamelijk door de staten Californië, Nevada,
Utah, Colorado en Arizona en (onbedoeld) een klein stukje New Mexico. Met deze impressie hopen we je een klein beetje van de sfeer te laten proeven. |
![]() |
| Op de kaart hierboven
staat de 6991 km lange route aangegeven die we hebben gereden en de
overnachtingplaatsen in de volgorde zoals we ze hebben aangedaan. Hieronder zijn deze overnachtingplaatsen nader omschreven. 1. Hotel Bijou, San Francisco 2. Santa Cruz Ranch RV park, Scotts Valley 3. Fernwood campground, Big Sur 4. San Simeon Creek campground, San Simeon 5. Lake Isabella KOA, Weldon 6. Furnace Creek campground, Furnace Creek (Death Valley) 7. Pahrump Station RV park, Pahrump 8. Circus Circus KOA, Las Vegas 9. Robbin's nest, Overton 10. Zion Canyon campground, Springdale 11. Ruby's Inn RV park and campground, Bryce Canyon City 12. Thousand Lakes RV park, Torrey 13. Fruita camping, Capitol Reef National Park 14. Moab KOA campground, Moab 15. Dolores River RV park and campground, Dolores 16. Cottonwood RV park, Bluff 17. Goulding's RV park, Goulding (Monument Valley) 18. Desert View, Grand Canyon 19. Woody Mountain campground, Flagstaff 20. Kingman KOA, Kingman 21. Twentynine Palms resort, Twentynine Palms 22. Bonita Ranch RV campground, Lytle Creek 23. Leo Carillo State Park, bij Malibu 24. Cachuma Lake Recreation Area, bij Santa Barbara 25. Wine County RV resort, Paso Robles 26. Sequoia RV ranch, Three Rivers 27. Lodgepole campground, Sequoia National Park 28. Yosemite South KOA, Coarsegold 29. Yosemite Lakes preserve, Groveland 30. Stockton Delta KOA, Lodi |
|
Klik
in bovenstaande kaart op een overnachtingplaats en je gaat direct naar
de tekst van de dag waarop we naar deze plaats reizen. |
|
De
vlucht verloopt uiterst rustig en we genieten van het uitzicht op
Groenland. Elf uur en drie speelfilms later zet de piloot de landing
in, die hij echter moet afbreken omdat er een vliegtuig op de baan
staat dat niet snel genoeg opstijgt. Al met al hebben we een uur
vertraging. |
|
Zaterdag 8 mei |
|
Een
stadswandeling gaat altijd behoorlijk in de benen zitten, maar San
Francisco is het zeker waard en vooral met het prachtige weer waarvan
we vandaag genieten. We kopen kaartjes die geldig zijn voor alle
bussen, trams en metro's, maar de stad is zo leuk dat we voorlopig te
voet gaan. "Chinatown" is vooral een bezienswaardig stadsdeel door de
vele winkel(tje)s met allerlei oosterse snuisterijen en de (althans
voor ons) vreemde etenswaren en kruiden. Ook eettentjes zijn in grote
aantallen aanwezig. We vragen ons af hoe het mogelijk is dat ze
allemaal genoeg klanten krijgen. Ook de wijk "Little Italy" is leuk.
Als je hier toch in de buurt bent, moet je koffie gaan drinken in café
Puccini op Columbus Avenue. Heerlijke espresso en cappuccino. |
|
Zondag 9 mei |
|
Opnieuw kijken we onze ogen vandaag uit. Allereerst naar het weer. De
voorspelling was namelijk regen |
|
|
|
Maandag 10 mei |
|
|
Het
shuttlebusje dat ons van het hotel naar de locatie van het
verhuurbedrijf van de camper in Oakland brengt, staat 20 minuten voor
de afgesproken tijd voor de deur. Maar we zitten in de lobby al een
boek te lezen. De chauffeur is in een uiterst vrolijke bui en vertelt
ons onderweg het een en ander over de omgeving. Vanaf de Bay Bridge die
de verbinding vormt tussen San Francisco en Oakland hebben we een
prachtig uitzicht over de stad waar we ruim drie dagen hebben genoten.Omdat de camper nog niet helemaal is gereinigd, duurt het even voordat we hem kunnen inrichten, maar tegen 12:00 uur kunnen we vertrekken. Het is weer even wennen om deze 7,50 m lange, 2,50 m brede, 3,80 m hoge en meer dan 5 ton zware vrachtwagen te besturen, maar al snel is het weer vrij gewoon. De eerste
stop is de Walmart waar we inkopen doen. 1½ uur later en vele dollars
armer gaan we verder op weg. Het eerste deel van de rit voert over een
snelweg door stedelijk gebied. Het is behoorlijk druk en niet erg
interessant. Na San José wordt de weg smaller en de omgeving fraaier.De eerste overnachting vindt plaats in Scotts Valley, even ten noorden van Santa Cruz. Omdat we een deel van onze boodschappen niet meer kunnen vinden, lopen we naar de plaatselijke supermarkt om nog wat kruidenierswaren te kopen, maar terug op de camping vinden we de verloren gewaande spullen toch terug. Nu hebben we in ieder geval jam en thee genoeg voor de komende weken. Alles moet weer een plek in de camper krijgen, maar ook dat verloopt vlot, zodat we nog tijd genoeg hebben om aan het einde van deze zonovergoten dag wat te lezen en dit dagboek bij te houden. |
De
dag begint weer zonnig, maar als we in Monterey aankomen trekt een
zeemist het land in. Dat is hier heel normaal en in feite schijnt de
zon hier sporadisch. In het toeristenbureau worden we -zoals meestal-
heel vriendelijk geholpen. We krijgen allerlei tips om de dag door te
brengen. Monterey is een aardige plaats aan de Stille Oceaan en heeft
een pier met allerlei winkeltjes en restaurantjes. Op de rotsen liggen
zeehonden te zonnen en aalscholvers laten zich er drogen. De kustweg in
zuidelijke richting naar Carmel is indrukwekkend. Heel mooi is de "17
mile drive", een tolweg die langs de mooiste plekjes voert. Op heel
veel plaatsen zijn parkeerplaatsen aangelegd waar we van het uitzicht
genieten. We schieten daarom niet erg op, maar dat hoeft ook niet.
Carmel was vroeger een plaats waar kunstenaars woonden, maar nu is het e en
soort Aerdenhout met rijkelui in overvloed.Na wat boodschappen te hebben gedaan, gaat de tocht verder zuidwaarts over Highway 1 die soms langs de kust loopt en dan weer door bossen. Het is een bochtige en heuvelachtige weg met prachtige vergezichten. In Big Sur, waar de zon weer doorkomt, vinden we een camping met plaatsen onder de bomen aan de rivier met dezelfde naam als het dorp. |
|
|
Dat
Amerikanen nauwelijks buiten hun auto kunnen, hadden we wel eens
gehoord, maar nu zien we het zelf. Sommige campinggasten gebruiken hun
auto om een afstand van 100 m te overbruggen om naar het toilet te
gaan. En we zien zelfs iemand die het reservoir van zijn chemische
toilet aan zijn auto heeft gehaakt om hem op die manier naar de plek te
brengen waar hij hem kan legen. Heel bijzonder. We
maken vandaag weer weinig kilometers want er is opnieuw heel veel te
zien. Allereerst de prachtige weg die heel bochtig hoog boven de oceaan
loopt. Vlakbij San Simeon ligt een grote kolonie zeeolifanten op het
strand te zonnen. Zo veel zien we er niet elke dag. Hierna lokt "Hearst
Castle". De schatrijke krantenmagnaat en filmproducent William Randolph
Hearst heeft met tussenposen tussen 1919 en 1947 hoog in de heuvels een
enorm landgoed laten bouwen in mediterrane stijl. Het bestaat onder
meer uit een hoofdgebouw met 115 kamers en o.a. een bioscoop, verder
drie gastenhuizen, tennisbanen en een buiten- en een binnenzwembad. En
bij deze zwembaden moet je niet denken aan waar wij in badderen. Het
buitenzwembad genaamd Neptunus is omringd door tempels die zijn gebouwd
in een mengsel van Griekse en Romeinse stijl. Het is 32 m lang en 3 m
diep. Er zijn 17 kleedkamers. Hiernaast zie je het badje.De gebouwen zijn allemaal van gewapend beton, vanwege het instortingsgevaar door aardbevingen. Ze zijn aan de buitenkant bekleed met marmer, bak- en zandsteen, e.d. zodat he t
allemaal net echt lijkt. Hearst had de vrouwelijke architect Julia
Morgan in dienst die welhaast gek moet zijn geworden van de wensen van
de magnaat, want alleen al het buitenzwembad heeft hij drie keer
opnieuw laten bouwen voordat hij er tevreden over was. In de 28 jaar
dat de bouw duurde, deed hij dat met andere delen van het complex ook
vaak. Alle gebouwen zijn voorzien van antieke voorwerpen en kunst die
Hearst vooral uit het Middellandse Zeegebied heeft laten aanrukken. Bij
het landgoed hoorde niet alleen een eigen vliegveld, maar bijvoorbeeld
ook een dierentuin met beren, zebra's, giraffen en nog veel meer. Hij
liet zich in zijn "kasteel" graag omringen door beroemde gasten, zoals
filmsterren, artiesten, zakenlieden en politici die zich er, blijkens
de filmpjes die we zagen, kostelijk amuseerden. Het hele complex
straalt een pracht en praal uit, maar bovenal puissante rijkdom waar we
vol verbazing naar kijken.Omdat de dag na de bezichtiging alweer aardig vordert, vinden een plek op een camping vlak in de buurt. |
|
|
Zo
lang we langs de kust naar het zuiden rijden, is het licht bewolkt,
maar zodra we naar het oosten afslaan, schijnt de zon weer volop. De
route voert aanvankelijk door prachtig bergachtig gebied,
maar daarna wordt het landschap steeds vlakker en vooral saaier. De weg
is slaapverwekkend want hij is vele tientallen kilometers kaarsrecht.
In Blackwells Corner drinken we koffie. Hier hield James Dean in 1955
zijn laatste stop voordat hij even verderop bij een auto-ongeluk om het
leven kwam. De koffiecorner ademt nog steeds de sfeer van de jaren
vijftig.Hier en daar zijn langs de weg amandelboomgaarden en wijngaarden gelegen en het wordt steeds warmer. In de verte denken we vreemde struiken of bomen te zien maar het is een immens terrein met honderden jaknikkers die olie oppompen. Een bizar gezicht. We doen boodsch appen
in Bakersfield, een onaantrekkelijke plaats met brede rechte wegen. We
waren van plan hier te overnachten, maar omdat de omgeving ons niet erg
aanstaat en we vandaag een eind zijn opgeschoten, besluiten we nog een
eind verder te rijden naar Lake Isabella. De weg erheen is smal en
bochtig, maar loopt schitterend langs de rivier de Kern door de Sierra
Nevada. We worden op de camping waar we overnachten 's avonds
uitgenodigd om met een kom en een lepel langs te komen om gratis ijs te
eten. Dit is om aandacht te vragen voor de bestrijding van kanker bij
kinderen. Het is dan ook de bedoeling dat we een bedrag doneren voor
het goede doel,wat we uiteraard ook doen.De zon gaat prachtig onder achter de bergen en het is voor het eerst dat we 's avonds wat langer buiten kunnen zitten. |
|
|
|
Zaterdag 15 mei |
We
dalen af van
Lake
Isabella in de Sierra Nevada naar het dal ten oosten daarvan. Opnieuw
een prachtige afwisselende weg met yucca's erlangs en mooie
vergezichten. De weg gaat over in een lange, vrij rechte weg door het
dal. Het wordt steeds warmer en de airco van de camper maakt overuren.
We slaan af richting "Death Valley", een woestijngebied met extreme
eigenschappen. Al snel begint het landschap te veranderen. Het is niet
te beschrijven en ook de foto's doen geen recht aan de werkelijkheid.
Het is allemaal heel bijzonder. Drooggevallen meren die zoutvlakten
zijn geworden, bergen in de meest vreemde kleuren, eindeloze dalen en
dan weer kronkelige en steile wegen door nauwe doorgangen. We rijden
dwars door een zoutvlakte voordat we de volgende heuvelrug over gaan.
Uiteindelijk komen we in "Stovepipe Wells", een pleisterplaats op
zeeniveau met een saloon, een paar winkels, een camping en een motel.
Het is hier 38°C in de schaduw. Omdat de camping in de volle zon ligt,
rijden we, nadat we een jaarpas voor de nationale parken hebben
gekocht, weer verder. Even ten oosten van deze plaats liggen
zandduinen. Van dichtbij wanen we ons even in de Kennemerduinen, maar
de temperatuur is iets anders. Eigenlijk is het nauwelijks uit te
houden want het zand is gloeiend heet. We rijden verder en kijken onze
ogen uit, want de omgeving wordt steeds vreemder. Schitterend allemaal.
In "Furnace Creek" strijken we neer op de plaats elijke
camping die enige schaduw biedt. Dat mag ook wel, want hier is het nog
warmer, namelijk 40°C. De plaats ligt 51 m onder de zeespieg el.
De camping heeft geen elektriciteitaansluiting voor de camper, maar ons
verblijf heeft een generator, dus we zijn helemaal selfsupporting. We
rijden naar "Zabriskie Point" waar we ons (het verhaal wordt eentonig)
vergapen aan het uitzicht op het dal en de meest vreemdsoortige bergen
en rotsen. Helaas krijgt Carla na het avondmaal een hoofdpijnaanval
waardoor ze uitgeteld is. Na een tukje komt ze gelukkig weer wat bij.
Slapen gaat deze nacht maar matig, want de temperatuur daalt niet
verder dan tot 25°C. |
|
|
Death
Valley is eigenlijk een barre verblijfplaats voor een mens. Het regent
hier nauwelijks, de temperatuur is bijzonder hoog, maar de aanblik van
de omgeving maakt veel goed. Toch besluiten we niet nog een nacht te
blijven. Omdat we al om 6:30 uur wakker worden, hebben we een lange dag
voor ons om verschillende delen van dit zeer bijzondere
deel van de Verenigde Staten te bekijken. Voor "Dante's View" rijden we
een doodlopende weg van ongeveer 20 km in. Het laatste stuk heeft een
15% steile helling, maar onze Ford trekt het met gemak. Dante was een
14e eeuwse schrijver die "La Divina Commedia" schreef, de goddelijke
komedie. Een verhaal in drie delen, namelijk "de hel, het vagevuur en
het paradijs". Death Valley heeft hier allemaal wel wat van.
Adembenemend is het uitzicht op de kale vallei met zoutvlakten en een
doodenkele oase. Het is hier boven (relatief) koel en dat is aangenaam.
Vervolgens gaan we weer de vallei in naar de "Golden Canyon", een nauwe
kloof waar we vanwege de hitte slechts een klein stukje in lopen. Een
omweg voert ons naar "Artists Palette" met uitzicht op de heuvels in de
meest vreemdsoortige kleuren. Met wat fantasie lijkt het inderdaad op
een schilderspalet. Een zeer hobbelige, maar gelukkig niet al te lange,
onverharde weg leidt naar de "Devils Golf Course",
de golfbaan van de duivel dus. De bodem is bedekt met grillige
zoutrotsen, dus golfen is hier voor een normaal mens onmogelijk.
"Badwater" is de volgende stop. Het bijzondere aan deze plaats is dat
hij 86 m onder de zeespiegel ligt, het laagste deel van de Verenigde
Staten. Er stroomt hier zelfs een beetje (zout) water. Hierna verlaten
we langzamerhand Death valley. De weg wordt wat saaier, maar dat komt
vooral omdat we zo verwend zijn, want in feite is de omgeving nog
steeds bijzonder.Ons einddoel vandaag is Pahrump, een lelijk stadje met langs de weg veel casino's, waarschijnlijk om ons alvast te laten wennen aan Las Vegas dat ongeveer 100 km oostelijker ligt. Op de camping staan wat bomen die enige beschutting bieden. Verder hebben we weer alle aansluitingen: watertoe- en afvoer en elektriciteit. Ook is er een zwembad waarvan we heerlijk gebruikmaken. En wat ook fijn is: het is een stuk minder heet dan gisteren. |
|
|
We kunnen geen
weerstand bieden aan het grote geld en daarom lokt Las Vegas ons
onweerstaanbaar. Het is voor het eerst sinds vele dagen dat het bewolkt
is, maar van enige neerslag is geen sprake. De rit gaat vanuit Pahrump
eerst weer over een saaie rechte weg, maar al snel rijden we de heuvels
in voordat we afdalen naar de gokpaleizen. We komen al vroeg in de
middag aan op een "camping" vlak langs de "Strip", de hoofdstraat van L as
Vegas. De "camping" is niet veel meer dan een grote parkeerplaats, maar
wij hebben een relatief leuke plek aan een grasveldje met stoeltjes en
een tafeltje in de schaduw. Verder is de camping voorzien van alle
gemakken, inclusief zwembad en sauna. We komen er wel snel achter dat
je hier goedkoper een kamer in een luxe hotel kunt nemen dan een plek
op deze camping.In de loop van de middag ontmoeten we Meindert en Miek de Haan met wie we hier hadden afgesproken. Voor de niet ingewijden: Rob kent Meindert al zo'n beetje vanaf zijn geboorte. Ze zijn opgegroeid in dezelfde straat en Meindert is toetsenist van de band waarin zij spelen. Zijn echtgenote Miek kennen we ook al meer dan 40 jaar. Na wat bijkletsen onder het genot van een drankje gaan we de "stad in". Dat wil zeggen dat we ons vooral vergapen aan de op zijn zachtst gezegd uitbundige manier waarop de Amerikanen deze stad laten leven. Een kakofonie van hotels, gokpaleizen, winkels, restaurants, geluid, licht, reclame en nog veel meer. En nergens is het stil. We komen ogen te kort. En alles is namaak. Venetië is bijvoorbeeld nagebouwd, compleet met kanalen, het San Marcoplein en de Rialtobrug. Als we de "marmeren" muren van sommige gebouwen inspecteren, klinken ze verdacht hol en houtachtig. Sommige kanalen en straten liggen niet in de openlucht, maar liggen in feite binnen in het hotel, maar dat heeft de ontwerpers er niet van weerhouden om de kanaaltjes aan te leggen onder een geschilderde licht bewolkte hemel. Let wel: de foto links is dus binnen genomen. De luid zingende gondeliers laten weliswaar hun "peddel" in het water bewegen, maar ze hebben ook een handig pedaal waarm ee
ze een onzichtbaar elektrisch buitenboordmotortje kunnen aandrijven.
Heel handig allemaal.We gaan uit eten in een klein Italiaans restaurant dat smaakvol is ingericht en waar de pizza's en de pasta prima smaken. Daarna lopen we nog langs tal van bezienswaardigheden. Onafzienbare aantallen gokautomaten waar heel wat geld in om moet gaan. Wij laten ze verder maar buiten beschouwing en komen uiteindelijk terecht bij het Bellagio hotel waar we genieten van de beroemde fonteinen die spuiten op de maat van een aria die -vermoeden we- een droevig verhaal van een verloren liefde vertelt. We lopen terug naar Circus Circus waar onze camper staat en nemen -voor deze dag- afscheid van Meindert en Miek. We zijn behoorlijk moe geworden en geen cent rijker, integendeel. |
|
Dinsdag 18 mei |
| Het
oorspronkelijke centrum van Las Vegas is niet de "Strip", waar nu de
meeste hotels en casino's zijn, maar een wijk die enige kilometers
noordwaarts aan de Las Vegas Boulevard ligt. Relatief weinig bezoekers
aan Las Vegas kennen dit gebied. We rijden erheen en merken dat dit
deel wat meer vergane glorie is. Fremont Street is het middelpunt van
deze wijk en biedt weliswaar wat minder spektakel dan de "Strip", maar
is wel zo gezellig. We verwachten hier een videoshow op het "plafond"
van de overdekte straat, maar komen er achter dat deze alleen 's avonds
wordt vertoond. We doen weer wat boodschappen en rijden naar de AAA, de Amerikaanse ANWB, waar we allervriendelijkst worden voorzien van uitgebreide informatie op toeristisch gebied: (wegen)kaarten van de omgeving, campingboekjes, e.d. En dat allemaal gratis, al of niet op vertoon van onze lidmaatschapskaart van de ANWB. Om
enige bijzondere foto's te maken, rijden we naar hotel Luxor aan de
"Strip" dat, de naam zegt het eigenlijk al, is gebouwd in de vorm van
een piramide. Buiten is het al heel bijzonder, maar binnen straalt
alles weer pracht en praal uit. Naar schatting is alleen het casino al
een voetbalveld groot. We vullen een lootje in om een Chevrolet Camaro
te winnen, dus die zal later thuis wel op ons staan te wachten.Terug op de camping komt Meindert ons al weer snel halen. We rijden naar Miek die in het hotel is achtergebleven, drinken daar een biertje en besluiten weer naar Fremont Street te gaan om te eten en de videoshow te bekijken. Het maal in het restaurant van het Main Street Station hotel is heerlijk. Het restaurant is gevestigd in een voormalige brouwerij en ziet er, net als het hotel, heel mooi en smaakvol uit. We zien een (echt?)paar eten terwijl ze gelijktijdig tijdens de hele maaltijd, zonder een woord te wisselen, beiden een boek lezen. Rare mensen, die Amerikanen. Na het eten kunnen we het niet laten om wat te gokken. Rob staat op een zeker moment op $ 2,72 winst, maar 3 minuten later is hij alles weer kwijt en is hij zijn oorspronkelijke inzet van wel $ 2,00 kwijt. In Fremont Street heerst,ondanks de drukte van de casino's, een ontspannen sfeer. Er zijn optredens van straatartiesten en er staan stalletjes met allerlei koopwaar. Om 22:00 uur begint het spektakel, "Fremont Experience" genaamd. Op muziek van Queen zien we een zeer indrukwekkende videoshow.
Het is niet in woorden te beschrijven, je moet dit hebben gezien. De
avond kan eigenlijk al niet meer stuk, maar Carla heeft -enige tijd
geleden thuis in Nederland- ergens gelezen dat het uitzicht vanuit een
lounge in het Mandalay Bay hotel mooi moet zijn, dus wij erheen. Men
loopt er in het hotel kennelijk niet mee te koop en daarom valt het nog
niet eens niet mee om de plek te vinden die beschreven stond. Maar
uiteindelijk lukt het toch en schieten we naar de 64e (!) verdieping
waar we vanaf een hoogte van zo'n 200m sprakeloos zijn van het
uitzicht. We kunnen zelfs buiten staan om de "Strip" onder ons te zien,
maar ook de wijde omgeving. Zo ver we kunnen kijken, zien we een zee
van lichten. In Las Vegas, inclusief de woonwijken, wonen zo'n 2
miljoen mensen. Al Gore moet toch wel erg bedroefd zijn als hij denkt
aan deze stad, gebouwd midden in de woestijn, waar water van nature
schaars is, airco's (tot in de toiletruimten van de camping) constant
op volle toeren draaien, enorme aantallen lampen branden, tienduizenden
gokautomaten draaien, vele "strechted limousines" -liefst van het merk
Hummer- rondrijden en voortdurend helikopters rondvliegen om toeristen
de stad te laten zien. En dat 24 uur per etmaal.We nemen pas na middernacht afscheid van Meindert en Miek, waarna het nog even duurt voordat alle lichten en geluiden in ons hoofd zijn gedoofd. |
Las Vegas is en
blijft een bijzondere stad die we niet graag zouden hebben gemist, maar
we vinden het ook
niet
erg om dit toppunt van commercie te verlaten. Dat doen we -pas om 11
uur- richting de Hoover Dam. Voordat we de dam bereiken, worden we aan
een inspectie onderworpen. De vriendelijke politie wil weten waar we
vandaan komen en onderzoekt de bagageruimte, de gasfles en het
interieur van de camper. Gelukkig bespeurt hij geen terroristische
activiteiten en kunnen we doorrijden. Vanaf een parkeerterrein kijken
we op de dam en we wandelen er overheen naar het bezoekerscentrum. Hier
worden we zelfs gecontroleerd alsof we op een vliegveld zijn, compleet
met controlepoortjes. De stuwdam in de Coloradorivier ligt op de grens
van Nevada en Arizona en met ongeveer 220 m is het een van de hoogste
dammen ter wereld. Hij zorgt voor de water- en
elektriciteitsvoorziening van grote delen van het westen van de
Verenigde Staten. We proberen uiteraard foto's te maken van dit
technische hoogstandje, maar we krijgen hem er niet in volle glorie op.
Dan maar een foto van een ander indrukwekkend bouwwerk, namelijk de
brug die in aanbouw is over de kloof ten behoeve van een nieuwe weg die
dan niet meer over de dam voert. Als je toch een foto van de dam wilt
zien, klik dan hier,
dan zie je een plaatje op internet.Na het bezoekerscentrum gaan we weer snel
de auto in met de airco op vol vermogen, want het is, net als de
afgelopen dagen, tenminste 35°C. De tocht gaat verder in noordelijke
richting langs het stuwneer Lake Mead dat door de Hoover Dam is
gevormd. Opnieuw een prachtige weg door woestijngebied met schitterende
rotsformaties in allerlei kleuren, vooral zandkleur en rood. Overal
zijn uitzichtpunten aangelegd waar we geregeld gebruik van maken.In het plaatsje Overton, een niet erg interessant woestijnstadje, overnachten we op een camping met veel vaste staanplaatsen, maar we staan in de schaduw en het is erg rustig. Het geluid van krekels is vrijwel het enige dat we horen. |
| De eigenaar van de
camping laat zich niet zien, dus doen we het kampeertarief in een
envelop en gooien dit in de brievenbus van het kantoortje. In de
plaatselijke supermarkt doen we wat boodschappen en vullen we onze
tankjes met drinkwater dat in deze streek onontbeerlijk is. We drinken
de hele dag door behoorlijk wat water. We komen al gauw op de snelweg naar het noorden. Deze is aanvankelijk nogal saai, maar loopt daarna door een zeer nauwe kloof van de rivier de Virgin. Dat is weer prachtig. We passeren de grens van Utah, waar het een uur later is. In St George gaan we lunchen in een leuk restaurantje. We verbazen ons w eer
over de grote hoeveelheden die de bezoekers eten, ook kleine kinderen.
Maar de "doggy-bags" worden in grote aantallen gebruikt. Wij nemen als
lunch een ontbijt waarin overigens drie eieren zijn verwerkt en dat
verder is verrijkt met bacon en gebakken aardappeltjes.In een zeer vreemd winkeltje, waar men ook antiek verkoopt, koopt Carla een rokje, waarvan ze vermoedt dat het tweedehands is. De winkel lijkt inderdaad verdacht veel op "De Schalm" in Haarlem. Een verkoopster wil weten waar we vandaan komen. Als we dat vertellen, vraagt ze of het in ons land inderdaad veel regent. Dan wil ze er namelijk graag heen omdat het in haar woonplaats in het algemeen gortdroog is. Ook vraagt ze of het waar is dat er bij ons grote velden zijn waar tulpen groeien. Ook dat lijkt haar een belevenis. Zo heeft ieder zijn of haar voorkeur. Een (alweer) zeer vriendelijke dame helpt ons in een bezoekerscentrum aan allerlei informatie over de omgeving. Zij raadt ons aan het "Snow Canyon State Park" te bezoeken .
Op onze vraag of er inderdaad sneeuw ligt, antwoordt ze ontkennend.
Integendeel, het moet er erg heet zijn. Na enig zoeken vinden we het
park en het is inderdaad zeer warm, maar schitterend. Veel rood
gekleurde rotsen, maar ook lavaformaties, zandduinen, waarvan vele
versteend zijn en merkwaardige witte bergkammen.Terug in St George bezoeken we een outlet-village, waar we enige kledingstukken kopen. De reis gaat weer verder richting "Zion National Park". In het dorpje Springdale, vlakbij de ingang van het park, is het behoorlijk druk en we komen er achter dat de twee eenvoudige campings in het park vol zijn. Maar in Springdale is ook een grote camping met alle toeters en bellen, dus we staan weer snel op een plekje met prachtig uitzicht op bergkammen. In de ondergaande zon zijn deze heel mooi gekleurd zoals je op de foto hiernaast kunt zien. |
|
Vrijdag 21 mei |
De
weersvoorspelling geeft weer een zeer warme dag aan, maar desondanks
besluiten we enige wandelingen te gaan maken in de "canyon" van het
Zion National Park. Dit park ontleent
zijn naam aan de mormonen die deze streek aan het eind van de 19e eeuw
gingen bewonen. Onze camping ligt dichtbij de ingang van het park waar
ook het bezoekerscentrum is. We lopen erheen, want het is niet
toegestaan de canyon met eigen auto te berijden. Als alternatief heeft
men een zeer doelmatig shuttlesysteem in het leven geroepen. Bussen
rijden de weg door het park op en neer en stoppen op tal van
interessante plaatsen. Het lijkt de "Zuidtangent" wel, want deze rijdt
ook elke 7 minuten. Het verschil is dat deze bussen gratis zijn en dat
de abri's prima in orde zijn en uitstekende beschutting geven tegen de
zon. We rijden eerst naar het eind van de canyon zodat we de prachtige
omgeving in ons kunnen opnemen. Hoge bergen en kliffen, meestal
roodachtig van kleur. Af en toe zien we bergbeklimmers die tegen de
loodrechte wanden gekleefd zijn. Bij het eindpunt maken we een mooie en
comfortabele wandeling langs de rivier de Virgin. Gelukkig hoeven we
niet te klimmen, want dat is bij 33°C geen pretje. Op de plaatsen waar
het water langs de rotsen naar beneden sijpelt, bloeien mooie bloemen.
Dit noemt men hangende tuinen. Verder zien we eekhoorns, hagedissen en
zelfs een slang. De bus brengt ons naar verschillende mooie punten waar
we uitstappen en veel foto's en video-opnamen maken. Bij e en
van de stops begint een fraaie wandeling naar "Emerald Lake", eigenlijk
een vijver onderaan een kleine waterval waar we achter langs kunnen
lopen en daardoor lekker nat worden. Dat is dan plotseling behoorlijk
koud.De bergen hebben hier, dankzij de mormonen, meestal Bijbelse namen. Zo zijn er de drie aartsvaderen, Jacob, Isaac en Abraham, zie de foto hiernaast. Tenslotte bezoeken we nog een museum waar men iets laat zien over de geschiedenis van het park. Bij een film met mooie beelden en een gedragen commentaar vallen we bijna in slaap. Terug bij het bezoekerscentrum lopen we weer terug naar de camping waar we een duik nemen in het tamelijk koude zwembad. Een douche spoelt het laatste stof van ons af. |
| We verlaten Zion
National Park langs een steile, bochtige en weer prachtige weg. Iets
verder wordt de rit nogal bijzonder. De weg loopt namelijk door een
tunnel van bijna 2 km lang, waar alleen voertuigen met een beperkte
hoogte en breedte zonder problemen door kunnen rijden. Grotere auto's,
zoals onze camper, moeten zich aan het begin van de tunnel melden,
zodat deze aan het andere eind kan worden afgesloten en er
eenrichtingsverkeer ontstaat. De tunnel heeft een enigszins rond
plafond. Wij kunnen dan in het midden rijden zonder last te hebben van
tegenliggers. Het landschap ver andert
voorbij de tunnel heel snel. Eerst is het nog een nauwe kloof met
bergen die uit versteend zand bestaan en zo zien ze er ook uit.
Vervolgens wordt het steeds weidser en spoedig rijden we door een
heuvelachtig groen terrein. Een groot verschil met enige kilometers
terug. Aan het eind van de weg in het dal drinken we koffie in een oud
familierestaurant dat kennelijk door oma wordt bestiert. Ze bemoeit
zich overal mee, maar haar cheesecake smaakt lekker. We rijden
in
noordelijke richting door een dal met weinig plaatsjes en al helemaal
geen supermarkten, terwijl we toch wat boodschappen nodig hebben. Ook
hier verandert het landschap voortdurend.We slaan af naar het oosten en plotseling rijden we door "Red Canyon", een weg door een kloof met weer heel andere rotsformaties. Ons einddoel is "Bryce Canyon National Park", maar voordat we het park in gaan, doen we bij "Ruby's Inn" boodschappen en vinden we een plaats op de naburige camping. Het is hier opvallend koel, namelijk slechts 17° C. Dat is 20° minder dan gisteren. Maar er is nauwelijks een wolkje aan de hemel te zien en het is toch ook lekker om weer eens wat meer kleren te dragen. We rijden het park in en stoppen bij vele uitzichtpunten.
Het park is werkelijk sprookjesachtig. Als je dit landschap in een film
zou zien, zou je menen dat het kunstmatige decors waren, maar dit is
echt. Het park ligt hoog aan de rand van een canyon. Ten westen van de
canyon zijn bossen en weiden, maar vooral de can yon
zelf is wonderbaarlijk en indrukwekkend. Door (wind)erosie zijn
ontelbare puntige rotsformaties ontstaan in de kleuren wit, rose,
oranje en bruin. En overal zien ze er weer net even anders uit, maar
steeds heel bijzonder. Soms staan ze in een soort natuurlijk
amfitheater. Op een plaats is zelfs een natuurlijke boog ontstaan. Een
foto haalt het niet bij de werkelijkheid. Hierboven staat een detail
van zo'n rots.We parkeren de camper bij "Sunset Point" en eten daar eerst. De naam van dit uitzichtpunt zegt het al: hier moet een mooie zonsondergang te zien zijn. En inderdaad, het is prachtig. De roodachtig gekleurde rotsen worden nog roder. We moeten er wel wat voor over hebben, want het is nog maar 11° C, maar het is het meer dan waard. |
| Het heeft vannacht
gevroren en als we opstaan is het in de camper slechts 5° C. Het water
in de koelkast is ijs geworden. Eigenlijk is dit niet zo vreemd. Het is
uiteindelijk nog maar mei en we bevinden ons op ongeveer 2500 m boven
de zeespiegel. Gelukkig verwarmt de kachel ons verblijf redelijk snel
en de boiler werkt ook prima. De zon staat weer in een strakblauwe
lucht, dus ook dat helpt de kou te verjagen. We laten de hoogvlakte van Bryce Canyon achter ons en rijden de vallei in. Na enige minuten stoppen we alweer bij het volgende interessante punt. Een korte wandeling brengt ons naar een kleine waterval en een grot. Het zal vandaag n iet
de laatste stop zijn, want er is weer een overvloed aan prachtige
vergezichten. Het is niet zo helder als de afgelopen dagen en voor het
eerst in twee weken zien we wolken van enige betekenis.In Escalante zien we weer iets heel bijzonders, namelijk versteend hout. Maar eerst bewonderen we, langs een pad dat ons omhoog leidt, mooie bloemen en dwergachtige bomen die soms vele honderden jaren oud zijn. We komen uit op een plateau dat vele miljoenen jaren geleden de bodem van een vallei was. De bomen die hier groeiden werden door het water verzwolgen en met modder en een dikke laag vulkaanas bedekt. Doordat de boomstammen afgesloten raakten van zuurstof, vergingen ze niet en onder invloed van allerlei mineralen versteenden ze. De grond waarin ze waren begraven, werd honderden meters opgeheven waarna wind en regen de boomstammen blootlegden. Ze hebben nu prachtige kleuren gekregen. Op sommige stammen zijn de jaarringen nog te zien. In Boulder bezoeken we het "Anasazi State Park" museum dat ons informa tie
verschaft over de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Er zijn
resten van bebouwing opgegraven en er wordt een film vertoond die
echter zo slaapverwekkend is dat we beiden zitten te knikkebollen.We rijden door bergachtig gebied en bereiken een hoogte van bijna 3000 m. Langs de weg liggen resten sneeuw en er wordt gewaarschuwd dat de sneeuwploegen hun werk alleen overdag doen, maar die waarschuwing lijkt ons wat overdreven. We slaan ons kamp op in het plaatsje Torrey, in de buurt van het Capitol Reef National Park. Op de camping worden we zeer vriendelijk geholpen en hebben we een plek met een fraai uitzicht op de Thousand Lake Mountains. We besluiten morgen maar eens een dagje rust te houden om alle indrukken van de afgelopen weken te verwerken. |
|
Maandag 24 mei |
Als
we wakker worden, komen we er achter dat het de afgelopen nacht heeft
gevroren en een beetje gesneeuwd. Dat van die sneeuwploeg (zie het
verslag van gisteren) was dus toch zo gek niet. Het is koud in de
camper en het waait behoorlijk, dus we zetten de verwarming en de
boiler op vol vermogen. De slang die op de waterleiding is aangesloten,
is bevroren, maar gelukkig is onze drinkwate rtank
van 150 liter nog praktisch vol. Kortom, we redden het wel onder deze
barre omstandigheden.Het dagje rust komt dus wel goed uit. We lezen wat en 's middags, als het iets aantrekkelijker wordt, wandelen we naar het nabijgelegen dorp. Het plaatsje heeft nog geen 200 inwoners en bestaat uit niet meer dan een hoofdstraat, tevens doorgaande weg en een stuk of wat zijstraten. Wel zijn er flink wat restaurants en motels en zelfs een kleine supermarkt, waarvan er in deze streek maar weinig te vinden zijn. Veel huizen zien er rommelig en/of verlaten uit, maar dat is hier vaker het geval. We gaan uit eten in café Diablo, dat op loopafstand van de camping ligt en eigenlijk geen café is maar een Mexicaans aandoend restaurant. Vooraf krijgen we ongevraagd allerlei heerlijke gerechtjes. Als hoofdmaaltijd nemen we forel die heel apart is klaargemaakt met meegebakken pompoenzaadjes, een pannenkoekje van wilde rijst, rauwkost en bijgerechtjes. En dat alles vergezeld van een fles Californische wijn. Ook het dessert van taartjes met ijs is niet te versmaden. Het is dus in de USA kennelijk niet overal fastfood en we hebben zelden zo lekker gegeten. Eigenlijk is het hier allemaal wel behelpen. |
Het is vandaag
opnieuw prachtig weer en we besluiten vroeg naar "Capitol Reef National
Park" te rijden om op tijd een plaatsje op de camping te vinden, want
het is een geliefde verblijfplaats. Als we de camper loskoppelen van de
elektrische aansluiting, merken we dat de accu voor het woongedeelte
geen stroom afgeeft. De camper heeft twee accu's, een voor het
autogedeelte en een voor het woongedeelte. We zoeken in het
instructieboekje wat de oorzaak kan zijn, maar dat helpt niet. Heel
handig is dat naast de camping een onderhoudsbedrijfje voor campers is
gevestigd, dus daar rijden we heen. De eigenaar gaat, nadat hij de
verhuurder van de camper heeft geraadpleegd,
direct aan de slag. Hij vermoedt dat de accu slecht is en na enig
overleg met de verhuurder vervangt hij hem. Hij weet niet voor de volle
100% zeker of dit de oorzaak is, maar dat zien we dan wel.Met 1,5 uur "vertraging" rijden we dan naar bovengenoemd park dat slechts ongeveer 20 km verder ligt. De camping is prachtig gelegen tussen oude fruitbomen en we vinden een leuke plek. Na de lunch rijden we een stukje naar het begin van het wandelpad bij de "Hickman Bridge". Het is een prachtig en niet al te moeilijk voetpad waar mooie bloemen langs staan, zoals prachtig bloeiende cactussen. En die moeten natuurlijk op de foto. Na een half uurtje komen we bij de "brug". Het is een natuurlijke brug, ontstaan doordat het water van een riviertje eeuwenlang de rotsen deed slijten. De overspanning van de brug is ca. 40 m, evenals de hoogte. Ongelooflijk dat hier geen mensenhand aan te pas is gekomen. Verderop bezoeken we een plaats waar zogenaamde petroglyphen in de rotsen zij n
te zien. Het zijn prehistorische rotstekeningen, maar dan niet
getekend, maar uitgehakt.Tenslotte rijden we naar een fraai panoramapunt, waar we weer even stil van worden. Aan het eind van de middag zien we een hert over de camping lopen. Dat lijkt ons bijzonder, maar later zien we er nog meer, dus het is kennelijk vrij normaal. Een oudere vrouw (nou ja, misschien iets minder jong dan wij) legt ons uit dat zij verhalenvertelster is en nodigt ons uit om te komen luisteren. We zitten in een kring bijeen en ze vertelt ons enthousiast enige oude verhalen die de oorspronkelijke bewoners van dit land aan hun kinderen vertelden. Het zijn een soort sprookjes hoe sommige dieren zijn ontstaan, zoals vleermuizen die oorspronkelijk eekhoorns zouden zijn geweest. Heel leuk allemaal. Als we teruggaan naar onze campingplek zien we een flink aantal vleermuizen fladderen waar we nu enigszins anders naar kijken. |
We vertrekken in
oost elijke
richting met als einddoel "Natural Bridges National Monument". Het is
een uiterst stille weg, vrijwel zonder dorpjes door alweer een
afwisselend landschap. En als we dan een gehucht tegenkomen, is het
vaak behoorlijk rommelig, zoals in Hanksville waar we koffie drinken
voor een dollar en waar een plaatselijke autosloper van zijn
restmateriaal dinosaurussen heeft gelast. We steken de Coloradorivier
over waar we een spectaculair uitzicht op hebben. Daarna weer eindeloze
hoogvlakten met wegen die over een afstand van vele kilometers te zien
zijn, maar ook steile rotsen en diepe canyons. Na ongeveer 200 km komen
we bij ons doel aan, waar de zeer kleine camping met slechts 13
plaatsen echter al vol blijkt te zijn. Daarom besluiten we alleen de
ronderit over het "monument" te maken. Hier zijn weer drie natuurlijke
bruggen te zien. Als we verder willen gaa n,
blijkt er opnieuw een storing te zijn in het elektrische systeem van de
camper. De reparatie van gisteren heeft dus niet geholpen. Met een
camper waarvan het 12 V-systeem niet goed werkt, willen we niet op een
camping staan zonder elektrische aansluiting en daarom rijden we door
naar Moab, de eerste enigszins grotere plaats vlakbij "Arches National
Park". Hier staan we weer op een tamelijk luxe camping die weer van
alle gemakken is voorzien. We telefoneren met de verhuurder van de
camper die ons hulp belooft. Nu maar afwachten of we die krijgen. |
|
Donderdag 27 mei |
De hulp die
gisteren werd toegezegd, komt redelijk snel. Om 9:30 uur kunnen we
terecht bij een camperspecialist die al, samen met een monteur, op ons
staat te wachten. Hij (John) legt uit wat hij gaat doen en zegt ca. een
uur nodig te hebben met het controleren van alle verbindingen. Hij
biedt aan ons met zijn auto naar het nabij gelegen stadje te brengen en
we krijgen zijn mobiele telefoon mee zodat hij ons kan opbellen als de
reparatie klaa r
is en hij ons weer kan komen ophalen. Uitermate behulpzaam allemaal.We gaan in de stad naar het toeristenbureau, drinken een kop koffie, winkelen en wandelen wat. Na ruim een uur belt John op dat de camper klaar is. Hij haalt ons weer op en vertelt dat hij een losse verbinding op de accu van de auto heeft gevonden die (hoopt hij) de oorzaak is van de storing. Na hem te hebben bedankt, rijden we "Arches National Park" in. Het is een gebied met talloze rotsformaties die in de loop van miljoenen jaren door weer en wind zijn gevormd tot de meest grillige vormen. Er zijn zogenaamde balancerende rotsen die elk ogenblik van hun dunne ondersteuning kunnen vallen. Althans, zo lijkt het, maar ooit zal het werkelijk gebeuren. Maar het meest beroemd is het park door de "bogen" waaraan het zijn naam ontleent. Deze overspanningen zijn niet door water ontstaan, zoals de brug die we eergisteren zagen, maar door winderosie. Ook deze formaties zullen ooit instorten. Op de foto linksboven staat de "Delicate Arch". Als je goed kijkt zie je de mensen er onder
door lopen. Dan krijg je een beetje idee van de grootte. Op de foto
rechtsonder staat de "Landscape Arch" die in 1991 een flink stuk
slanker werd omdat er een groot gedeelte af brak.Het is vandaag weer een gortdroge en hete dag waarbij het ook nog flink waait. We voelen ons bijna uitdrogen en we drinken daarom veel water. Dat het hier zo warm is, is ook niet vreemd, want de plaatsen die wij bezoeken bevinden zich op dezelfde breedtegraad als Zuid-Spanje en Noord-Marokko. Naast ons op de camping staan twee mannen die zonder hun vrouw/vriendin op pad zijn. Een van hen is een artiest die over enkele dagen in Las Vegas gaat optreden. We kletsen en drinken de hele avond met elkaar, waarbij langzamerhand blijkt dat ze beiden heel vrijzinnige ideeën hebben. Het wordt een gezellige boel. |
Het wordt vandaag
weer behoorlijk heet en het waait zeer hard, sterker nog: het stormt.
We zijn hier eigenlijk ook niet in de goede tijd gekomen, want komende
maandag heeft iedereen vrij vanwege "Memorial Day" en velen maken
kennelijk juist een
uitstapje
naar Moab. Alle campings in de omgeving zitten vol. Wij proberen nog
een eind buiten de stad langs de Coloradorivier een plek te vinden,
maar dat lukt niet. De tocht langs deze rivier is echter wel heel erg
mooi. We vragen bij het informatiecentrum of men andere
overnachtingsmogelijkheden weet, maar dat levert ook niets op. Ook alle
hotels, lodges en motels zitten vol. Daarom besluiten we onze reis
vandaag maar voort te zetten in plaats van morgen. Dat houdt wel in dat
we "Canyonlands National Park" niet kunnen bezoeken, maar dat is niet
anders.De weg naar het zuiden is bar. We hebben de storm recht tegen en de lucht is bezwangerd met stof. Het kost aardig wat moeite de camper in toom te houden. Soms zijn er complete zandstormen. In Monticello gaan we naar het "visitor center" om een camping in Dolores, Colorado te reserveren. We worden weer zeer uitgebreid geholpen door een oudere man die ons ook nog allerlei tips geeft om de komende dagen door te brengen. Enfin, weer een st apeltje
folders en kaarten erbij. We rijden vanuit Monticello naar het
zuidoosten. Nu dus met de storm min of meer dwars op de weg, maar alles
gaat goed. Kort nadat we we de grens met Colorado zijn overgestoken,
verandert het landschap. We verlaten het woestijnachtige gebied en de
omgeving wordt steeds groener en lieflijker. Ook de wind gaat liggen.
We zien zelfs enige "Hollandse" wolkenluchten. Eigenlijk een verademing
met de afgelopen dagen. In Dolores staan we op een leuke camping aan de
rivier met dezelfde naam als het stadje. Veel bomen en een aangename
temperatuur. Het was dus toch niet zo erg dat we uit Moab weg moesten.De buren maken een kampvuurtje en nodigen ons uit erbij te komen zitten. Het is een gepensioneerd echtpaar met een enorme camper. Zij trekken enige maanden door de Verenigde Staten en Canada. |
|
Zaterdag 29 mei |
We
staan niet al te vroeg op. Carla gaat weer op jacht om foto's van
vogels en bloemen te maken. Rob verzendt het vorige deel van dit
dagboek. Na in het kantoor van de camping een kopje koffie te hebben
gedronken, gaan we naar "Mesa Verde National Park" dat op ongeveer 25
km van de camping ligt. Vanaf de ingang van het park gaat het steil
omhoog, waarbij we prachtige uitzichten hebben op de omgeving. Het is
er behoorlijk druk. Om speciale plaatsen te bezoeken, moeten we een
tocht onder leiding van een ranger boeken, maar dat zijn we vandaag
niet van plan. Er is dit weekend namelijk ook kunst van "Native
Americans" (wij noemen ze indianen) te zien en te koop. Er is een
veiling van vloerkleden en sieraden die zij maken en op een andere
plaats laat men historische dansen zien. Hoewel het misschien net zo
iets is als onze klompendansende Volendammers, ziet het er toch aardig
uit.Als we weer willen wegrijden, merken we dat het elektrische systeem van d e
camper opnieuw kuren vertoont en daar zijn we niet blij mee. Even later
werkt het weer, maar we telefoneren toch maar met de camperverhuurder.
Men belooft terug te bellen, maar dat gebeurt niet.We boeken nog twee nachten bij op deze camping omdat we nog een keer naar "Mesa Verde" willen en we weer eens een rustig dagje willen hebben. Dat boeken kost nogal moeite. Een oudere dame probeert van alles uit op de computer, maar niets lijkt te lukken. Met de hulp van een ander komt ze er uiteindelijke uit, d.w.z. we krijgen weer een uitdraai uit de printer waaruit blijkt dat we hebben betaald. Na het avondeten rijden we naar het nabij gelegen stadje Cortez waar we buiten bij een cultureel centrum opnieuw naar indianen kijken die dansen onder begeleiding van een trommel en gezang. Men legt elke keer uit wat die dansen betekenen en wat de kleren van de dansers uitbeelden. |
|
Zondag 30 mei |
"Mesa Verde" (zie
ook het verslag van gisteren) betekent in het Spaans "groene tafel".
Aan de noordkant van het gebied rijzen de bergen hoog op tot zo'n 2500
m boven de zeespiegel met aansluitend plateaus die naar het zuiden
langzaam aflopen en die van noord naar zuid zijn doorsneden door
canyons. Het gebied ligt verder midden in een relatief vlakke streek.
Vanaf de hoogte hebben we daarom schitterende vergezichten op de
omgeving. Hoewel het hier ook mooi is, is Mesa Verde niet in de eerste
plaats bekend om het fraaie landschap (zoals de meeste andere nationale
parken), maar vanwege de ruïnes van vroegere bewoning. Het
indianenvolk, de "Anasazi", of het Pueblo volk zoals ze tegenwoordig
worden genoemd, leefde hier tussen 600 en 1300. Ze gebruikten de
plateaus voor hun landbouw en jacht. Sommige groepen hadden hun huizen
op de plateaus gebou wd,
maar anderen gebruikten grotten net onder de rand van de canyons voor
hun bewoning. De ruïnes van een aantal van deze "Cliff Dwellings" uit
de 11e eeuw is goed in stand gebleven en men doet nu alle moeite ze te
bewaren. We bezoeken twee van deze verblijfplaatsen, "Spruce Tree
House" en "Cliff Palace", de laatste onder leiding van een gids die
veel informatie geeft. De bevolking was geheel afhankelijk van wat de
natuur hun bood. De belangrijkste voedingsmiddelen waren maïs, bonen en
"squash" (een soort pompoen), samen de "drie zusters" genoemd, omdat
deze gewassen gezamenlijk hoogwaardige voeding boden en omdat ze geen
concurrentie voor elkaar in de bodem waren. Het Pueblo volk kende ook
al irrigatiesystemen, maar verder leefden ze (in onze ogen) uitermate
eenvoudig. Een bijzonder groot verschil met onze leefwijze, en zeker
met die van de Amerikanen. De ranger vroeg de bezoekers hier maar eens
bij stil te staan.Teruggekomen op de camping, blijkt onze plaats door een ander te zijn bezet. "Oma" van de camping had ons kennelijk toch niet helemaal goed in de computer geregistreerd. Het hele "managemant" van de camping put zich uit in duizend excuses en probeert een oplossing te vinden. Die bieden we zelf maar door te zeggen dat we het niet erg vinden een andere plek in te nemen. De camping is namelijk lang niet vol en we kiezen, op speciaal verzoek van Carla, een zonniger plekje dan de vorige. We leggen de voormalige buren ook maar even uit wat er is gebeurd, want zij zijn misschien wel in de veronderstelling dat we niet meer naast ze willen staan. ![]() We gaan uit eten in een eenvoudig familierestaurant in het dorp waar het motto kennelijk is: "veel voor weinig", want voor een luttel bedrag krijgen we een smakelijk maal dat we deels weer in een "doggy-bag" naar de camper meenemen. 's Avonds is er midden in de camping een kampvuur waar de campingbewoners in een grote kring omheen zitten te kletsen en te drinken. Het is een bont gezelschap uit alle windstreken van de USA. Naast ons zit een echte Texaan, compleet met cowboyhoed en een knauwend accent. Wij zijn de enige buitenlanders. Een van de gasten is een enthousiast verteller van anekdotes die soms leiden tot seksueel getinte en niet al te politiek correcte moppen. We krijgen een snack, bestaande uit een cracker met chocolade en een gesmolten marshmallow. Lekker, maar machtig. Kortom: het is weer heel aangenaam. |
|
Maandag 31 mei |
| Het is vandaag
"Memorial Day", de dag waarop de soldaten worden herdacht die in
verschillende oorlogen zijn omgekomen. We dachten hier wel wat van te
merken, maar we zien hooguit nog wat meer Amerikaanse vlaggen wapperen. We bezoeken in Dolores eerst een klein spoorwegmuseum, waar een (over)enthousiaste vrouw ons van alles vertelt over de voormalige "Rio Grande Southern Railroad", waarover tussen ongeveer 1890 en 1930 stoomtreinen reden. Tijdens de economische crisis die in 1929 begon, dreig de
de spoorlijn failliet te gaan. De stoomtreinen met een bemanning van
tenminste vier personen, werden te duur. Iemand kwam op het idee om in
plaats hiervan omgebouwde bussen en vrachtwagens over het spoor te
laten rijden. En zo ontstonden de vreemd gevormde "Gallopping Geese",
de waggelende ganzen. Ze werden door het publiek zo genoemd vanwege het
gakkende geluid dat hun claxon maakte en de schommelende gang van de
voertuigen over het slecht onderhouden en ongelijke spoor. Het is een
vreemd gezicht om dit ca. 2,20 m brede apparaat te zien op een
treinonderstel voor een smalspoor van ca. 1,00 m breed. We komen
nauwelijks van de "conservatrice" van het museum af, want ze heeft, als
vrijwilligster, nog veel meer interesses. Ze wil ons wel de hele
Verenigde Staten door sturen om van alles te bekijken. En ze vindt,
hoewel ze er nog nooit geweest is, zoals zo veel Amerikanen, Nederland
"so beautiful". Na
in het dorpje nog enige "historische" gebouwen (hooguit uit 1900) te
hebben bekeken, gaan we naar het "Anasazi Heritage Center", een
informatiecentrum waar de geschiedenis van de oude bewoners van dit
gebied wordt verhaald. Het is een prachtig gebouw met grote ruimtes met
veel foto's, archeologische vondsten en verhalen over
ontdekkingsreizigers.Buiten is een pad dat ons leidt naar enkele opgegraven huizen van het vroegere Pueblo volk. We worden gewaarschuwd voor een bergleeuw die hier is gesignaleerd, maar helaas (of gelukkig?) zien we hem niet, maar wel veel hagedissen en een enkele eekhoorn. In het stadje Cortez doen we wat boodschappen, maar nogal wat winkels zijn in verband met Memorial Day gesloten. Terug op de camping zitten we heerlijk buiten in de zon of in de schaduw bij een aangename temperatuur van zo'n 25° C. We beseffen dat we de afgelopen tijd nauwelijks wolken hebben gezien en dat de eerste en laatste regenbui van deze vakantie precies drie weken geleden viel. |
| Vandaag zien we
weer eens wat bewolking, maar regenen doet het in de verste verte niet. Vlakbij de camping die we vanmorgen verlaten, hebben we eerder een bakkerij gezien die de afgelopen dagen gesloten was. In de winkel zijn allerlei lekkere dingen te koop, niet alleen brood, maar ook hartige taarten, gebak, honing en jam. De verkoopster vertelt dat ze alles zelf maakt van natuurlijke voedingsstoffen. We kopen enige spullen, waaronder "tamala". Dit is een Mexicaans gerecht bestaande uit allerlei (in ons geval) hartige ingrediënten, waaronder kip, maïs en kruiden in een deeglap van maïsmeel. Dit alles is verpakt in een omhulsel van maïsbladeren. Dan gaan we op weg en na een korte tijd rijden we weer een woestijnachtig gebied in. We willen naar de "Four Corners", het punt waar de staten Colorado, Arizona, Utah en New Mexico in één punt bij elkaar komen, een soort vierstatenpunt dus, maar we komen er na ongeveer 25 km achter dat we verkeerd zijn gereden, maar zo hebben we tenminste n og
een stukje New Mexico gezien. Dus weer terug en nadat we de goede weg
zijn ingeslagen, blijkt dat bovengenoemd toeristisch punt wegens
onderhoud niet toegankelijk is.We rijden ook in deze woestijn weer over soms kaarsrechte wegen door een desolaat landschap waar, zover we kunnen kijken (en dat is soms heel erg ver), geen enkel huis of schuur te zien is. Dan weer kronkelt de weg door kloven en langs steile rotsen langs een rivier. We vinden het eigenlijk allemaal al erg gewoon, maar het blijft in feite bijzonder. In het stoffige plaatsje Bluff, Utah aangekomen, bewonderen we de "Navajo Twin Rocks" die hoog boven een handelspost uitsteken. Daarna bezoeken we het historische gedeelte van het plaatsje, waar aan het eind van de negentiende eeuw een groep van 100 mormonen een kolonie stichtten. Ze moesten hiertoe een, voor onze begrippen, onmogelijke tocht met paarden en huifkarren maken over bergen, langs ravijnen en door rivieren.
En dan ook nog te bedenken dat de gemiddelde leeftijd van de groep 17
jaar was. We bekijken een aantal overblijfselen van de oude woningen,
werktuigen en huifkarren. In het bezoekerscentrum zien we een film die
de barre tocht laat herleven.De camping waar we overnachten is betrekkelijk eenvoudig, maar we staan naast enige boompjes die net wat schaduw geven en we kijken prachtig uit op de "bluffs", de kliffen waarnaar het dorpje is genoemd. De tamala waarover we eerder schreven smaakt heerlijk, samen met rauwkost en een biertje. We worden belaagd door zeer kleine mugjes die niets lijken te doen, maar later komen we erachter dat we zo ongeveer lek zijn geprikt. Vooral onze benen zijn bezaaid met zeer kleine bloedblaartjes die, vreemd genoeg, niet jeuken. Veel last hebben we er dus niet van. (Helaas blijkt enige dagen later dat de bultjes heel erg gaan jeuken). |
We verlaten Bluff
in zuidelijke richting. Aanvankelijk is het bewolkt, maar al snel
breekt de zon door en in de loop van de dag is het weer vrijwel
onbewolkt. De temperatuur stijgt naar zo'n 30° C. Het landschap is weer
afwisselend: vlakke delen met rechte wegen, kloven, een rivier, rotsen,
enfin, er is weer veel te zien. Vooral als we bij "Mexican Hat"
aankomen. Hier staat een hoge rots met op de top een groot en -zo lijkt
het- wankel rotsblok in de vorm van een Mexicaanse hoed. Verderop zien
we dan ook al de vreemd gevormde rotsen van "Monument Valley". Ze
lijken al aardig dichtbij, maar dat is gezichtsbedrog.We boeken al om 10:30 uur een plaats op de Goulding camping vlakbij Monument Valley. De familie Goulding had hier vroeger een handelspost. Deze liep in de crisisjaren niet al te best en van zijn laatste dollars is de heer Goulding toen met een heleboel foto's van Monument Valley naar Los Angeles gegaan en liet deze zien aan filmmakers. Dat was een gouden greep van hem, want sindsdien zijn er in dit gebied talloze films gemaakt en later ook reclamespots en clips. Goulding zorgde voor onderkomens voor de filmcrew en acteurs, vestigde er een hotel en later ook een camping. En hij organiseerde rondritten door het park. We rijden Monument Valley in en bezoeken het visitors centrum. We denken met de camper verder het park in te kunnen gaan over een de onverharde weg, maar na enige honderden meters naar beneden, komen we er achter dat het geen doen is. De weg is heel steil en zit vol met gaten. De camper rammelt bijna uit elkaar. Terug naar boven is helemaal een hele toer en we zijn blij als we er weer uit zijn. Terug op de camping boeken we een tour met een 4WD auto. Dat kost wel enige dollars, maar dan blijft Rob maar enige dagen langer bij de provincie werken. De tour voert ons eerst langs een (nagebouwde) "hogan", een woning van de native Americans. Een oude Indianenvrouw demonstreert spinnen, malen van maïs en het maken van vlechten in het haar, terwijl onze gids van alles over het vroegere leven van zijn volk vertelt. Het bakje voor de fooien staat al klaar. Dan rijden we het park in en dalen we de weg af die we eerder met de camper probeerden. Wat zijn we blij dat we toen niet verder zijn gereden. Het is een en al zand, kuilen en hobbels, maar wat is h et
prachtig! We stoppen hier en daar op punten, waar men ook gelijk
stalletjes met sieraden heeft neergezet. Een van de stops heet "John
Ford Point". Dit zou de favoriete plek zijn geweest van de beroemde
filmmaker. Er rijdt zelfs een man te paard een stukje over een rots,
zodat we foto's kunnen maken van deze hedendaagse John Wayne. Het paard
laat duidelijk blijken er weinig zin in te hebben.Drie uur later en veel indrukken rijker, spoelen we onder de douche alle stof van ons af, waarna we in een klein museum de geschiedenis van de activiteiten van Goulding bekijken en een enigszins saaie "spirituele" diaserie over het park zien. Vervolgens rijden we het park weer in om te genieten van de zonsondergang. We zijn niet de enigen. Er worden honderden foto's gemaakt en wij doen net zo hard mee. Zie ons eens zitten. |
|
Donderdag 3
juni |
| Het plan is
vandaag naar Cameron te rijden, zodat we morgenochtend vroeg naar de
Grand Ganyon kunnen gaan. In de Grand Canyon zijn namelijk niet al te
veel campingplaatsen en de meeste werken "first come, first stay", dus:
wie het eerst komt, het eerst maalt. Na het vertrek uit de Monument Valley rijden we direct Utah uit en Arizona weer in waar het een uur vroeger is. Het landschap wordt wat eentoniger en later gewoon saai. In Kayenta drinken we koffie in een café waar de klok echter nog steeds op de "Utah-tijd" staat. De Navajo-serveerster legt uit dat haar volk de "reservaatstijd" aan houdt en dat is weer een uur later dan de tijd die in deze staat geldt. Tamelijk verwarrend. Het landschap gaat er weer steeds meer als een woestijn uitzien. Veel zand, maar ook grillig gevormde heuvels in de meest vreemde kleuren. In Cameron aangekomen merken we dat die plaats niets voorstelt. Het is erg heet en de omgeving is zeer onaantrekkelijk. We besluiten door te rijden naar de Grand Canyon en hopen nog een plaats op de camping
te vinden. De weg erheen wordt weer steeds fraaier en af en toe hebben
we zicht op de Little Colorado River, een zijrivier van zijn grote
broer (of zus?). Overal staan weer stalletjes waar men sieraden en
dergelijke aan de man (of vaker de vrouw) probeert te brengen.Grand Canyon is weer een nationaal park waarvoor toegang moet worden betaald. Voor elk park is dat gemiddeld $ 20,00, zo'n € 16,00. Als je van plan bent meer dan vier parken te bezoeken, kun je beter, zoals wij ook hebben gedaan, voor $ 80,00 een pas kopen die een jaar lang voor alle nationale parken geldig is. Vlakbij de oostelijke ingang van het park is een camping die tot onze verbazing nog maar weinig bezet is. We zoeken een leuke plek uit, waarna we nog tijd genoeg hebben om de canyon te bekijken. Het parkmanagement heeft op een flink aantal plaatsen keurige uitzichtpunten aangelegd. Vlakbij de camping is de eerste, genaamd "Desert View" en daar werpen we onze eerste blikken in de immense kloof. Het uitzicht is werkelijk ademb enemend
en we nemen er dan ook de tijd voor. We kijken zo'n 1500 m de diepte in
waar de Colorado stroomt. Leve de digitale fotocamera's met ruim
bemeten geheugenkaartjes, zodat we niet hoeven te bezuinigen op mooie
plaatjes. Maar hoe aardig de foto's ook zijn, de werkelijkheid
benaderen ze op geen stukken na. Het panoramische overzicht en de
diepte zijn niet te vangen. Bij het volgende "viewpoint" is het
uitzicht weer heel anders en we krijgen er niet genoeg van. Na nog een
mooi uitzicht wordt het langzamerhand etenstijd en keren we terug naar
de camping. Na het avondmaal lopen we weer naar Desert View waar een
parkranger een verhaal over het park vertelt met als thema stilte en
geluid. Daarna kunnen de camera's weer klikken om het landschap bij een
mooie zonsondergang vast te leggen. Heel bijzonder allemaal. En morgen
is er weer een dag. |
|
Vrijdag 4 juni |
Om 7:00 uur maakt
een zonnestraal die precies door de kier van een gordijn in zijn
gezicht schijnt, Rob wakker. We staan daarom maar een beetje vroeg op
tot we erachter komen dat het nog een uur vroeger is, want we hadden
onze we kker
gisteren vergeten te verzetten. Carla stelt voor te gaan ontbijten op
een van de uitzichtpunten. Rob sputtert nog een beetje tegen, omdat we
dan in alle vroegte op de camping moeten rijden, maar we zijn niet de
enigen. En zodoende zitten we nog vóór 7:00 uur (let wel, we hebben
vakantie!) aan het ontbijt met uitzicht op de Grand Canyon in de
ochtendzon.We rijden naar het grote bezoekerscentrum van het park. Dat is even schrikken. Het is zeer groots aangelegd met enorme parkeerterreinen die zelfs genummerd zijn, anders kun je de auto niet meer terugvinden. En nog steeds wordt er bij gebouwd. Gelukkig staan de terreinen lang niet vol, maar wat een mensenmassa moet het op topdagen zijn. Na de ochtendkoffie in een groot "plaza" gaan we een flink eind lopen langs de "rim", de bovenrand van de canyon. Het is werkelijk formidabel. Elke keer is het uitzicht weer anders. En zo lopen we urenlang. "Hoe warm het was en hoe ver" schreef Hildebrand in de Camera Obscura e n
dat is hier ook wel van toepassing. De temperatuur stijgt tot 28° C en
dan lijken de kilometers wel dubbel zo lang. Maar wat we zien is met
geen pen, en dus ook niet op ons laptopje, te beschrijven.Aan het eind van de wandeling stappen we op een handige gratis shuttlebus die de bezienswaardigheden aan doet en ons terug brengt naar het bezoekerscentrum. De airco in de bus doet ons goed. Terug op de camping gebruiken we de douche van de camper omdat deze eenvoudige maar fraai gelegen camping een dergelijke voorziening ontbeert. Na het avondeten kunnen we het niet laten opnieuw naar de zonsondergang te gaan kijken die welhaast nog mooier is dan gisteren. Een vuurrode bal die achter de rand van de canyon verdwijnt: prachtig. |
|
Zaterdag 5 juni |
We hebben lang
moeten nadenken en veel twijfels gehad, maar uiteindelijk maken we een
levensgevaarlijke afdaling (1500 m!) naar de bodem van de Grand Canyon,
we raften daar op de rivier over de vele stroomversnellingen en we
vliegen in een helikopter door de kloof. Maar dat alles wel zittend in
een comfortabele fauteuil in het Imax-theater in het plaatsje Tusayan,
even ten zuiden van de Grand Canyon. Het is een schitterende film over
de vroegere be woners
en de ontdekkingsreizigers die de canyon onderzochten. Vele
spectaculaire beelden van bootjes over stroomversnellingen,
ijzingwekkende opnamen vanuit een helikopter of een ultra-light
vliegtuigje. We vinden de film zo interessant dat we hem voor thuis
kopen. Nu maar hopen dat hij niet tegenvalt op ons relatief kleine
schermpje.Hierna volgt een ontspannen rit door een afwisselend landschap. Zodra we het gebied van de Grand Canyon en het ten zuiden daarvan gelegen Kaibab National Forest verlaten, wordt het eerst vrij kaal, maar later wanen we ons in Zwitserland met slingerende wegen door een bosrijk gebied met sparren en dennen. Alleen de dorpjes ontbreken. We rijden naar Flagstaff waar we aan de rand van de stad schapenscheerders bezig zien. Maar er zijn ook alpaca's, een soort lama's die zeer zachte wol geven. Het zijn aandoenlijke dieren die een geluid maken alsof je een baby hoort zeuren. Er staat een stalletje waar men een herderslunch maakt. Het is een homp brood met wat vlees en roerei met wat stukjes aardappel. We eten er lekke r
van.Dan zoeken we de historische binnenstad van Flagstaff op. Nou ja, ook hier betekent historisch zo ongeveer het jaar 1900. Maar het is voor ons wel een hele stad nadat we ruim drie weken alleen maar dorpjes met kraak noch smaak hebben gezien. Flagstaff betekent "Vlaggenmast" en kreeg zijn naam omdat iemand in 1876 de Amerikaanse vlag aan een geschilde dennenstam hing. De stad heeft bijna 60.000 inwoners en ligt langs een drukke spoorlijn en de beroemde "Route 66". We zien dat er in de stad redelijk wat te doen is en besluiten hier vandaag te blijven. We zoeken een camping op en gaan direct weer terug naar de stad om ergens een biertje te drinken en door het oude centrum
te wandelen.Aan het begin van de avond is er in het buiten de stad gelegen arboretum een openluchtconcert door een Caribische steelband onder het genot van een zelf mee te nemen diner. We kopen een salade en wat sandwiches en rijden erheen. We komen er al snel achter dat we bijna 5 km over een onverharde weg moeten rijden. Het is een en al wasbord en we worden ongenadig door elkaar geschud. De band waarvan de leden oorspronkelijk uit Trininad komen, valt behoorlijk tegen. We verwachten een swingende groep, maar men staat vrij apathisch en ongeïnteresseerd te spelen. Jammer, want ze hebben prachtige kleding en ze hadden er veel meer van kunnen maken. Als we dit hadden geweten hadden we onze beproeving van de hobbelweg en de $ 15,00 pp er niet voor over gehad, maar ja, je kunt niet alles hebben. |
![]() De goederentreinen van Amtrak zijn heel bijzonder. we telden er een met 110 wagons met daarop tweehoog opgestapelde zeecontainers. Ze worden getrokken door vier diesellocomotieven. Het is een geweldig gezicht, maar ook... een geweldig geluid. En dat draagt heel ver. De treinen rijden 24 uur per dag, 7 dagen in de week. De spoorlijn ligt een aardig eindje van de camping, maar toch heeft zelfs Rob 's nachts voor het eerst sinds San Francisco oordopjes nodig. We merken goed dat we echt weer in een druk gedeelte van de USA zijn. ![]() We ontbijten buiten bij een temperatuur die om 9:00 uur al tot boven de 25° C oploopt en het zal vandaag ca. 38° C worden. Het zuidwesten van de Verenigde Staten zucht onder een hittegolf. De eerste stop vandaag is Williams. Ook in dit stadje wordt "Route 66" geëerd met souvenirwinkeltjes, oude treinen op een spoorwegemplacement en dergelijke. De espresso/cappuccino in een oud hotel smaakt prima. We lunchen in Seligman waar men zijn uiterste best heeft gedaan de beroemde weg niet in de vergetelheid te laten geraken. Oude auto's, schreeuwende reclames, foto's van oude sterren, enz., enz. We verlaten hierna de snelweg en rijden vele kilometers over de oorspronkelijke "Route 66". We dachten hier veel oldtimers en motoren te zien, maar de weg is heel stil. In Kingman aangekomen, vinden we een plaatsje op een camping, waarna we op zoek gaan naar de historische binnenstad van deze plaats om ergens iets te gaan eten. Na enig speur werk
vinden we dat oude gedeelte wel, maar wie schetst onze verbazing als er
vrijwel niemand op straat is en er geen restaurant te vinden is. Veel
gebouwen staan leeg. Het is een zeer ongezellige boel. Dan maar terug
naar het nieuwere gedeelte waar het aantal motels niet te tellen is.
Maar een aardig restaurant is er niet te vinden. Bij gebrek aan beter
stappen we maar bij een "Taco Mundo" binnen, een soort Burger King,
maar dan voor Mexicaans eten. Er is bijna niemand, want de meeste
mensen gebruiken de "drive-through". Kijk maar hier rechts hoe gezellig
het is. We eten een kleine Mexicaanse pizza, een burrito en een nacho.
Niet direct het meest gezonde voedsel, maar het smaakt niet onaardig.Terug op de camping is het om 21:00 uur nog boven de 30° C en is het in de camper met airco nog het beste uit te houden. |
| Het wordt een dag
van temperatuurrecords. We ontbijten om 9:00 uur aan de picknicktafel
bij een temperatuur van 32° C en in de loop van de middag wordt het 43°
C. Maar ja, dan moet je maar geen woestijngebieden opzoeken, terwijl er
een hittegolf aan de gang is. Het meest vervelende is nog dat we buiten
nauwelijks iets kunnen doen. Gelukkig is het in de camper, dankzij de
airco, goed uit te houden. Niet ver van de camping is een "Route 66" museum dat we bezoeken. De geschiedenis van de weg wordt er verteld, er zijn oude auto's te bewonderen, maar we zien ook foto's van mensen die in de crisisjaren dertig van de vorige eeuw onder ellendige omstandigheden westwaarts over deze weg trokken om een beter leven op te bouwen. Hoe dan ook, het museum is best interessant. We
gaan weer op weg en rijden langs de Coloradorivier naar het zuiden. In
de plaats Lake Huvasu City, een stad met moderne (en we denken dure)
huizen, staan we vol verbazing te kijken naar de "London Bridge" en
niet zo maar een nagemaakte, maar de originele uit Engeland. Nou ja,
bijna origineel. Toen deze uit 1831 daterende brug in Londen niet meer
voldeed, werd hij in 1967 afgebroken. Alle onderdelen werden genummerd
en naar Amerika verscheept. De brug in Havasu is een betonnen brug,
bekleed met de originele stenen van de brug uit Londen. De brug werd
niet over water gebouwd, maar op een landtong die de stad verbond met
een schiereiland. Daarna heeft men kanalen onder de overspanningen
gegraven, zodat het schiereiland een eiland werd. In 1971 was de brug
klaar en werd hij een toeristische attractie. Uiteraard staan er nu ook
oude Britse telefooncellen en kiosken. Het is wel merkwaardig om
palmbomen naast de brug te zien staan en bergen op de achtergrond. Maar
nog vreemder is een temperatuur te ervaren die in Londen waarschijnlijk
nog nooit is voorgekomen.We steken de Coloradorivier over en zijn weer in Californië. We rijden over wegen die wel achtbanen lijken. Voor de wegontwerpers onder jullie: het verticale tracé voldoet op geen enk ele
wijze aan stop- of rijzicht en evenmin aan de comforteisen. We worden
af en toe bijna gelanceerd. En we mogen gewoon meer dan 100 km/h over
deze wegen rijden die weer eindeloos door woestijnen voeren. Geen leven
te zien. Sommigen zullen denken, wat daar nu interessant aan is, maar
het is heel bijzonder. Toch gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we nu
wel genoeg woestijnen hebben gezien, zeker in deze hitte. Onze verblijfplaats voor de komende nacht is Twentynine Palms, aan de noordkant van "Joshua Tree National Park". We hebben ze niet geteld, maar er staan vast meer dan 29 palmen in dit plaatsje. Het zwembad op de camping is heerlijk. Na het avondmaal gaat Carla (heel onverantwoord) in haar eentje zonder water de woestijn in om foto's te maken. Maar het zijn wel mooie opnamen geworden... |
|
Dinsdag 8 juni |
| Het wordt een dag
van tegenstellingen en onverwachte gebeurtenissen. De afgelopen nacht
daalde de temperatuur in de woestijn nauwelijks onder de 30° C, maar
halverwege de middag rijden we door een bosrijk berglandschap met
resten sneeuw langs de weg. We staan al om 6:00 uur op om zo vroeg en (relatief) koel mogelijk "Joshua Tree National
Park" te bezoeken. Het park ontleent zijn naam aan de bomen die er veel
voorkomen. De mormonen die hier destijds op weg naar Utah doortrokken,
zagen in die bomen de Bijbelse figuur Jozua die zijn armen smekend naar
de hemel reikte toen hij zijn volk naar Israel leidde.Het is een afwisselend park met bergen, woestijnen en rotsen en veel Joshua trees en cactussen, waarvan Carla weer veel foto's maakt. Vooral in de "Cholla" cactustuin staan er heel veel. We zien er ook een "Desert Iguana" lopen, een hagedisachtige die, als hij haast heeft, alleen op zijn achterpoten loopt, wat een koddig gezicht is. Bij "Keys View" hebben we bovenop een hoog punt een prachtig uitzicht over de vallei ten zuiden van het park. Door deze vallei loopt de San Adreasbreuk, waar twee tektonische platen over elkaar schuiven. Daardoor komen hier regelmatig aardbevingen voor en wordt de afstand tussen ons en de bergen aan de overkant van de vallei elk jaar ca. 5 cm groter. We bezoeken tenslotte nog een bezoekerscentrum waar we een sandwich eten in het naas tgelegen
café.Dan gaan we op weg richting Los Angeles. We rijden het dal in dat we eerder vanuit de hoogte zagen. Het stormt hier behoorlijk en in de omgeving staan duizenden windmolens. We rijden een flink stuk op een snelweg wat we niet zo plezierig vinden. Daarom heeft Rob een route gevonden door het "Angeles National Forest", een bergachtig gebied ten noorden van Los Angeles. Hier moeten ook enige campings zijn. Het is een schitterende omgeving. De weg kronkelt voortdurend en gaat steil omhoog en omlaag. Er is bijna geen ander verkeer, dus het is heel ontspannen rijden. Het is een bosrijk gebied waar 's winters skioorden zijn. Er ligt hier en daar sneeuw langs de weg. Er groeien veel hoge toortsen met mooie witte bloemen. We weten niet welke plantensoort dit is. De campings die we denken te vinden, staan nergens aangegeven en na ongeveer 100 km rijden komen we erachter dat de weg hierna is afgesloten. Dan maar weer terug, want er is ook nog een zijweg die naar het eindpunt leidt. Helaas is deze weg ook gestremd wat betekent dat we dezelfde weg weer terug moeten, weer 100 km dus. De dag vordert al aardig en we besluiten terug in bewoond gebied een camping te zoeken. We voeren het adres in op de TomTom, die ons echter een verkeerde kant opstuurt. Tenslotte volgen we dan maar de route die ons campingboekje aangeeft en tegen 20:00 uur komen we op een camping in Lytle Creek, verscholen tussen de bomen en aangenaam koel. Gelukkig hebben we nog overgebleven spaghetti in de vriezer staan, dus het avondmaal staat snel op tafel. Het was een lange dag. |
Voor het eerst in
lange tijd schijnt de zon niet als we opstaan. Het is nevelig, maar dat
is maar van korte duur. We gaan vandaag naar Los Angeles. We rijden
erheen over zeer brede autosnelwegen. Sommige zijn twee keer zeven
rijstroken
breed. Onderweg zien we een grauwsluier boven de stad hangen.
Waarschijnlijk een combinatie van nevel en luchtvervuiling. We gaan
"downtown", waar de zon weer volop schijnt. Het is een hele toer om de
camper ergens te parkeren, maar we vinden een parkeermeter waar we vier
uur kunnen staan. In het toeristeninformatiebureau krijgen we wat tips
over enige bezienswaardigheden. Men kan ons niet of nauwelijks helpen
met parkeergelegenheid.We bekijken het Walt Disney concertgebouw, hier links op de foto, een futuristisch bouwwerk van roestvrij staal en glas van architect Frank O. Gehry. Daarna de kathedraal van "Our Lady of the Angels" die we aan de buitenkant niet erg mooi vinden. Binnen is het echter adembenemend. Groot, modern, met fraaie wandkleden waarop heiligen
staan afgebeeld.Dan rijden we naar Hollywood waar uiteraard de bekende tekst in het Griffithpark op de foto moet. Daarna hebben we het Paul Getty museum als bestemming gekozen. Weer gaat het over flink uit de kluiten gewassen snelwegen die behoorlijk druk zijn. We moeten $ 15,00 voor de park eerplaats
van het museum betalen, maar de toegang is verder gratis. Het museum
ligt boven op een heuvel waar we met een onbemand treintje heen rijden.
Het is een prachtig gebouwencomplex, ontworpen door de architect
Richard Meier die overigens ook verantwoordelijk is voor het stadhuis
van Den Haag. Er zijn verschillende tentoonstellingen, waaronder een
van Nederlandse meesters. Er is ook een kleine fototentoonstelling die
echter tegenvalt. De tuin bij de gebouwen is ook een bezoek waard.
Schitterend aangelegd. Er komen wat dreigende wolken aanwaaien, maar
daar blijft het bij. Even later is het weer zonnig.We rijden via Santa Monica en Malibu langs de kust naar het westen. Daar kamperen we in het "Leo Carillo State Park" dat aardige plekken biedt onder bomen. Vanaf de camping lopen we zo het strand op waar nog flink wat surfers de golven trotseren. |
|
Donderdag 10
juni |
Eigenlijk
zijn we van plan een dagje rust te houden en op de camping te blijven,
maar hij is volgeboekt, dus we moeten wel vertrekken. We wandelen nog
wat op het strand, maar het is tamelijk bewolkt. Er zijn surfers bezig,
maar erg spectaculair is het niet, want de golven zijn niet echt hoog.We besluiten vandaag langs de kustweg naar het noorden te rijden, maar niet al te ver. De weg is weer erg mooi, maar zodra we op de snelweg komen, ook erg druk en dat rijdt minder prettig. Tegen lunchtijd komen we bij Santa Barbara waar we een kijkje nemen. Het is een levendige badplaats met een oude pier en een mooie binnenstad. Na een aardbeving in 1925 is "downtown" herbouwd met respect voor de Spaanse erfenis. Dat betekent geen schreeuwerige reclameborden en geen hoogbouw. Mooie gebouwen, leuke winkels en restaurantjes langs de hoofdstraat. Het ziet er allemaal zeer mediterraan en on-Amerikaans uit. Het is
ondertussen prachtig weer geworden bij een aangename temperatuur. We
wandelen de pier op die eigenlijk alleen bestaat uit houten planken en
balken op stalen palen met een aantal gebouwen erop. Heel erg
Amerikaans is dan weer dat men er met de auto -hobbeldebobbel- op kan
rijden en aan het eind kan parkeren. Ja, je moet toch wat, als je te
lui bent om een stukje te lopen. Nadat we nog wat boodschappen hebben
gedaan, verlaten we Santa Barbara en ook de snelweg. De tocht gaat nu
weer direct hoog de bergen in over alweer een prachtige weg. We rijden
langs "Cachuma Lake", een stuwmeer dat dient voor watervoorziening, en
zien dat er een ca mping
aan ligt. We rijden er op en komen erachter dat het een zeer groot
recreatieterrein betreft, gelegen op een landtong in het meer met bijna
600 kampeerplaatsen. Maar er is niet meer dan zo'n 10 % bezet.
Bovendien zijn het erg ruime plaatsen, dus niemand heeft last van
elkaar.Na het avondeten lopen we een aardig eindje over het terrein, waarbij we bluebirds en woodpeckers spotten die Carla uiteraard weer uitgebreid fotografeert. |
|
Vrijdag 11 juni |
We
zien in dit land vrijwel overal grondeekhoorns, maar op deze camping
wemelt het er werkelijk van. We moeten goed uitkijken waar we lopen,
want overal hebben ze holen in de grond gegraven. De beestjes rennen
overal rond, stoeien met elkaar en knabbelen aan de plantjes.Het is onbewolkt, maar wel tamelijk fris omdat de wind over het water van het meer strijkt. We gaan op weg in noordelijke richting. In San Luis Obispo is het koffietijd. Toevallig staan we vlakbij een servicestation van "Jiffylube" waar we de olie van de camper verversen. Dat krijg je ervan als je een aardige eindje
rijdt. Ter geruststelling: de camperverhuurder betaalt de kosten. Het
koffietentje ernaast schenkt een heerlijke espresso/cappuccino en heeft
er ook prima bagels bij. Het half uurtje wachten voor de olie is dus
niet erg.Daarna zoeken we de missiepost "San Luis Obispo de Tolosa" op (waarnaar de stad is genoemd). De missiepost werd in 1772 door de Spanjaarden gesticht, mede om de Engelse en Russische invloed in het gebied te weerstaan. Als we aankomen vernemen we dat er een kerkdienst zal worden gehouden, dus we bekijken nog snel even de kerk. Daarna worden we door de klokkenluider uitgenodigd mee naar boven te gaan om te zien hoe hij de klokken laat beieren. We krijgen gehoorbeschermers op en Quasimodo -deze is echter geheel recht van lijf en leden- laat zien hoe hij met drie koorden een deuntje speelt. We laten hem fijntjes weten dat we hebben gezien dat de klokken zijn gemaakt door de gieterij van Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel uit Nederland. Hij vertelt dat de oude klokken gebarsten ware n
en dat echt goede klokken alleen in Europa worden gemaakt. We zijn er
een beetje trots op.We bezoeken het museum van de missiepost en dan is het alweer lunchtijd. Vervelend is dat toch. Vooral als we hetzelfde restaurantje tegenkomen als gisteren, namelijk "Natural Food". Hier serveert men, zoals de naam al suggereert, eten van vooral natuurlijke ingrediënten. Salades, broodjes, e.d. De sandwiches en de smoothies zijn, net als gisteren, overheerlijk. We rijden verder en stoppen in Paso Robles op een uiterst netjes en comfortabel ingerichte camping. Er is niet veel natuurlijks aan, maar het gras is groen, de bomen geven een aangename schaduw en alles ziet er keurig uit. Een minpuntje is de naastgelegen wijnproeverij, want daar houden we helemaal niet van J! We laten ons de vijf aangeboden wijnen goed smaken en kopen twee flessen. De camping heeft een lekker zwembad en een whirlpool waar we dankbaar gebruik van maken. Ondertussen doet de wasserette de was voor ons en zo gaat ons heerlijke leventje door. |
Paso
Robles verlaten we in oostelijke richting. Eerst voert de weg door een
aangenaam heuvellandschap dat nogal abrupt overgaat in een tamelijk
saaie vlakte, de San Joaquin Valley die we vier weken geleden ook al
zijn overgestoken. We denken een kopje koffie te drinken in een vrij
nieuw wegrestaurant/benzinestation dat midden in de vlakte op een
eenzaam kruispunt staat. Het blijkt gesloten te zijn en te koop te
staan. Kennelijk was er weinig te verdienen. Dan zetten we zelf maar
koffie en die smaakt beter dan het slootwater dat men hier zet, tenzij
men echte espresso kan maken.Er wordt hier, ondanks het droge klimaat, flink wat verbouwd. Er zijn dan ook veel irrigatiekanalen aangelegd. Hier en daar zien we
protestborden tegen deze activiteiten omdat elders het landschap wordt
aangetast om het water te winnen. In het oosten zien we de besneeuwde
toppen van de Sierra Nevada oprijzen.In Visalia pauzeren we voor de lunch. Het is een vrij grote, moderne stad met een "oude" binnenstad met niet veel meer dan één winkelstraat, waar in ieder geval een lekker broodje en salade te krijgen zijn. We verbazen ons dat er zo weinig mensen op straat zijn. We vernemen dat we voor de echte boodschappen naar de buitenrand van de stad moeten, waar weer eens een veelheid aan schreeuwerige hotelcomplexen, autoreparatiebedrijven, benzinestations, warenhuizen, e.d is gevestigd. En hier is het erg druk, dus kennelijk trekt men op zaterdag naar dit soort gebieden. Tot onze verrassing treffen we toevallig een supermarkt waar alles (zonder uitzondering) $ 0,99 kost. Jammer dat we niet veel nodig hebben. Vervolgens gaat de rit verder richting "Sequoia National Park". In Three Rivers, juist buiten het park, hebben we een kampeerplaats gereserveerd. Het kantoor van de camping is gesloten, maar we vinden een briefje waarop onze naam, geheel verhaspeld, staat geschreven. De camping ligt aan een riviertje waar men in zwemt, maar dat is ons te koud. We staan in de schaduw van een boom. Dat kan geen kwaad, want het is vrij warm en deze keer is het een minder droge warmte dan we tot nu toe hebben meegemaakt. Morgen willen we tamelijk vroeg naar het Sequoia National Park. In dat park kunnen we geen kampeerplaats reserveren. |
We benaderen het
Sequoia National Park vanuit het zuiden, hetgeen ons eigenlijk wordt
afgeraden. De weg is namelijk vanaf die kant niet geschikt voor
voertuigen
langer
dan 6,60 m en onze camper is 90 cm langer. De parkranger stelt ons
echter gerust. De weg is inderdaad zeer bochtig en steil, maar als we
voorzichtig en langzaam rijden, zal het wel lukken. Kennelijk is deze
waarschuwing een typisch Amerikaanse manier om schadeclaims te
voorkomen. De weg is inderdaad niet bepaald recht en vlak, maar we zijn
inmiddels wel wat gewend.Het park ontleent zijn naam aan de sequoia's, zeer grote naaldbomen. Ze staan in een deel van het park dat de naam "Giant Forest" heeft gekregen. E r
is een museum waarin het een en ander over de bomen wordt verteld.
Verder is er een wandelroute die langs enkele van die kanjers voert en
waar op informatiepanelen het nodige wordt uitgelegd. Het zijn
inderdaad -zacht uitgedrukt- ferme jongens. Ze kunnen meer dan 3000
jaar oud worden en 100 m hoog. Ze stellen behoorlijk hoge eisen aan de
plaats waar ze groeien. Niet te droog, niet te nat, op een bepaalde
hoogte, geen dichte begroeiing. Verder, en dat is wel heel merkwaardig,
hebben ze van tijd tot tijd een bosbrand nodig. Dat is om de lagere
begroeiing te verwijderen. De as geeft voedsel. Bovendien gaan de
zaadkegels, niet groter dan dennenappels, door het vuur open en laten
ze de zaden vallen, die niet groter zijn dan een halve centimeter in
doorsnee, zodat ze in de braakliggende grond kunnen ontkiemen.Het pad loopt rond een open weide waardoor een beekje stroomt. Rondom staan verscheidene sequoia's die we vol bewondering bekijken. Plotseling zien we een beer met kleintjes
in het gras lopen en later nog meer. De kleine beertjes zijn heel hoog
in een boom langs het pad geklommen. Later op de camping leren we dat
moederbeer de kleintjes de boom in heeft gestuurd omdat ze gevaar
verwachtte van de wandelaars. Een van de beren loopt op zo'n 10 m bij
ons vandaan, dus deze komt mooi op de foto, maar eerlijk gezegd zijn we
blij dat er nog meer mensen wandelen. Na deze enerverende ervaring rijden we door naar de "General Sherman Tree", de grootste levende boom ter wereld. Het is niet de hoogste, de dikste of de oudste, maar hij heeft wel het grootste volume. Hij is naar schatting 2200 jaar oud en 85 m hoog. De omtrek van de stam op de grond is 31 m en de boom weegt ongeveer 1400 ton. De parkeerplaats vanwaar de boom te bezichtigen is, is behoorlijk druk en het pad erheen is nog net niet de Kalverstraat. En daar staan dan tientallen mensen, onder wie wij, naar een boom te kijken... Niet veel verder is een bezoekerscentrum met daarnaast een camping. Ondanks het bordje "vol", gaat Carla vragen of er toch nog een plaats is. En dat is, merkwaardig genoeg, het geval. We krijgen een prachtige plek aan een riviertje. Overal staan zogenaamde "foodlockers", kasten waarin de campinggasten hun voedsel e.d. in kunnen bewaren om te voorkomen dat de beren dit te pakken krijgen. In het bezoekerscentrum doen we nog wat informatie op. 's Avonds houdt een ranger een lezing over beren. En zo leren we wat over hun leefomstandigheden en de relatie met mensen. Het wordt behoorlijk fris op deze hoogte. Er ligt hier en daar nog sneeuw op de camping. We nemen er nog maar een deken bij op bed. |
Het was afgelopen
nacht aardig koud en toen we opstanden was het nog maar 7 °C. En toch
ontbijten we buiten in de ochtendzon aan de picknicktafel. We
gaan al vroeg op pad en rijden het "Kings Canyon National Park" in, dat
grenst aan het Sequoia National Park. Beide parken gaan naadloos in
elkaar over. De weg biedt prachtige vergezichten, maar vooral veel,
zeer veel bomen. We overwegen nog de hele vallei in het park af te
rijden, maar dat is een doodlopende weg van ongeveer 60 km lang die we
dan ook weer terug moeten rijden en dat vinden we wat te veel van het
goede. Net als gisteren, staan in dit park weer grote sequoia's en ook
hier zijn wandelingen uitgezet waarbij veel informatie wordt verstrekt.
We nemen het pad dat naar de "General Grant Tree" leidt. Deze heeft een
nog grotere stamomtrek dan de gigant die we gisteren zagen, maar hij is
toch minder groot. De wandeling voert langs een aantal andere torenhoge
bomen die allemaal een naam hebben gekregen. Sommige zijn zeer sterk
aangetast door bosbrand. Een aantal omgevallen bomen ligt hier al
honderden jaren en ze vergaan maar uiterst langzaam. Enkele zijn van
binnen helemaal hol zodat je er gemakkelijk rechtop doorheen kunt
lopen. Een vreemde gewaarwording.![]() We verlaten het park en rijden richting Fresno. De eerste 20 km is één lange afdaling, dus dat kost weinig benzine. Daarna wordt het landschap vlakker om weer over te gaan in een laagvlakte met kaarsrechte wegen. Dit gebied staat bekend om de fruitteelt en dat is goed te zien aan de grote boomgaarden langs de weg. Fresno laten we letterlijk en figuurlijk links liggen. Het is een grote stad met bijna 500.000 inwoners, maar hij heeft weinig te bieden voor ons toeristen. We rijden verder noordwaarts in de richting van "Yosemite National Park". We stoppen ongeveer 40 km ten zuiden daarvan in Coarsegold op een vrij grote camping. Het is weer ruim boven de 30 °C, maar we staan op een fraaie plek onder de bomen met vrij uitzicht op het omringende landschap. Rondom staan weer mooie bloemen, er vliegen veel spechten en andere vogels rond en konijnen huppelen in het gras. |
Al redelijk vroeg
gaan we
richting "Yosemite National Park". De weg erheen is al heel mooi, maar
het park zelf is schitterend. We rijden weer door bergachtig en bosrijk
gebied. Zodra we een tunnel uit rijden, is het zicht op de vallei
werkelijk adembenemend. Zie de foto links. Honderden meters hoge
loodrechte rotsen, besneeuwde bergen in de verte en een aantal zeer
hoge watervallen. We blijven een tijdje op de parkeerplaats staan om
foto's te nemen. Even verderop is een pad dat naar de "Bridalveil"
(bruidssluier) waterval loopt. Deze valt over 190 m als een grote nevel
naar beneden en dat verklaart de naam. Iedereen die er naar gaat kijken
wordt dan ook zonder uitzondering nat. Het valt nog niet mee om er een
foto van te maken zonder de camera al te nat te maken. Een volgende
wandeling loopt langs de rivier en een weide die weer dras is gemaakt.
Ook hier staan de fotografen weer in bosjes bijeen om weer een andere
waterval, de "Yosemite" waterval te fotograferen. Deze valt in drie
etappes 739 m omlaag. Het is allemaal pr achtig.
Tot zover de superlatieven. Nu even wat negatieve aspecten. Het is
druk, druk, te druk. Jaarlijks wordt het park door 4 miljoen mensen
bezocht die ware verkeersopstoppingen veroorzaken en daar lijkt het
vandaag ook aardig op. Bovendien wordt er aan de weg gewerkt en dat
schiet niet op. De parkeerplaatsen zijn overvol: we kunnen niet eens
een plaatsje vinden bij de toeristeninformatie en bij het pad dat naar
de Yosemite waterval loopt. Dat is jammer. Maar het meest vervelende is
nog dat alle kampeerplaatsen bezet zijn. Wat dat betreft komen we net
in de verkeerde tijd, want over twee weken gaat er een aantal extra
campings open. We moeten daarom het park weer verlaten. Dat doen we in
westelijke richting waar we net buiten het park een plaats hebben op
een grote camping.Naast ons vinden Nederlanders een plek met wie we 's avonds vakantie-ervaringen uitwisselen onder het genot van een drankje. |
|
Woensdag 16 juni |
Ook
vandaag gaan we naar Yosemite National Park, want gisteren hebben we
niet zo veel kunnen bekijken. We stoppen op een brug waar
bergbeklimmers uitleg geven over hun sport. Met grote verrekijkers
kunnen we klauteraars zien die de "El Capitan", een vrijwel loodrechte
rots van zo'n 1000 m hoog beklimmen. Daar doen ze 5 dagen tot een week
over. Ze slapen in een soort hangmat.Omdat we redelijk vroeg in het park zijn gekomen, vinden we nu gemakkelijk een parkeerplaats. In het bezoekerscentrum doen we weer de nodige informatie op over het park, het ontstaan van de vallei door gletsjers, de natuur, de geschiedenis, enz.. Hier van daan
is het een niet al te lange wandeling naar de Yosemite waterval die we
gisteren al noemden. Het is een donderend geweld waarmee het water op
de rotsen dreunt. Het zicht erop is grandioos.Vervolgens nemen we de gratis bus die door de vallei rijdt naar het begin van een fikse wandeling naar "Mirror Lake". We zijn niet de enigen die dit doen en we ontmoeten zelfs de buren van de camping. Het is erg druk op het geasfalteerde pad, maar zodra dit overgaat in een natuurlijker pad met rotsen, is er nog maar een fractie van de wandelaars over. De omvang van het meer valt een beetje tegen, maar een andere steile rots weerspiegelt er fraai in. We komen een stel vermoeid uitziende jongens tegen die vertellen dat ze bepakt en bezakt een driedaagse tocht door de bergen achter de rug hadden. De bus brengt ons weer terug naar het bezoekerscentrum waar we genieten van een film over het park met prachtige natuuropnamen. Er komt in de film vrijwel geen mens voor, laat staan een auto en dat is wel iets anders dan de werkelijkheid, want het is opnieuw erg druk. En zo gaat de dag snel om en keren we weer terug naar de camping. |
We
hebben vandaag een camping op het oog die niet al te ver van de
camperverhuurder ligt en we nemen daarheen niet de meest rechtstreekse
weg. De oude hoofdweg 94 loopt via stadjes waar aan het eind van de 19e
eeuw goudzoekers hun geluk beproefden. Het plaatsje Columbia is geheel
in de stijl van die tijd herbouwd. Er zijn winkeltjes, een bank, een
hoefsmid, e.d. De mensen die er werken zijn allemaal in oude stijl
gekleed. Het is dus een soort openluchtmuseum, maar we kunnen er wel
Italiaanse koffie drinken. Er rijdt een met vier paarden bespannen
wagen rond waarmee men een ritje in de omgeving kan maken. De
plaatselijke sheriff leidt de bezoekers rond terwijl ze over de
geschiedenis van het stadje vertelt. Vooral de ellendige omstandigheden
waaronder de inwoners leefden, komen aan de orde. We slenteren er wat
rond en kunnen er z elfs
goud "pannen", dit is het uitspoelen van het waardevolle metaal met een
soort diep bord. We worden er niet rijk van. Daarom kopen we maar een
sandwich die we op een picknickplaats verorberen.We rijden verder in westelijke richting waarbij het landschap langzamerhand steeds vlakker wordt. We laten de camper schoonmaken in een wasstraat waar men trucks wast. We bevinden ons in de delta van San Francisco. Even ten westen van de stad Lodi vinden we de camping die gericht is op de watersport, maar waar de camper tussen de mooie bloemetjes staat. We ruimen de camper op, maken hem schoon en pakken de koffers voor een groot gedeelte in. Dit wordt de laatste nacht in onze "motorhome". |
|
Vrijdag 18 juni |
We
staan om 7:00 uur op en bereiden ons voor op de terugkeer naar Oakland
waar we de camper weer moeten inleveren. We ruimen de laatste spullen
op, pakken alles in en vertrekken rond 9:00 uur. De rit naar Oakland
verloopt voorspoedig. Van natuurschoon is niet veel sprake. We merken
dat we steeds meer in de bewoonde wereld komen. Er is ook redelijk wat
industrie en dat hebben we in onze vakantie niet veel gezien (en
overigens ook niet gemist). Om ongeveer 10:30 uur komen we aan bij
"Cruise America". We vertellen onze minder goede ervaringen met het
elektrische systeem van de camper en de slechte bereikbaarheid van de
hulpdienst van de camperverhuurder. Na enig overleg krijgen we, samen
met de nodige excuses, drie dagen huur terug als genoegdoening. Ook de
onkosten die we hebben moeten maken, zoals het olieverve rsen,
worden uiteraard vergoed. De shuttle naar de luchthaven van San
Francisco, die ook in het huurpakket zit, komt spoedig en tegen 13:00
uur komen we aan op San Francisco International Airport. Het inchecken
verloopt gezwind, de controle is intensief, de schoenen van Rob worden
aan een extra inspectie onderworpen. In de vertrekhal nuttigen we een
kopje koffie en de meegebrachte boterhammen. We besteden onze laatste
dollars aan wat drinken en snacks. Bij de gate lezen we wat en houden
we het dagboek bij.Het vliegtuig vertrekt op tijd om 16:00 uur en we bereiden ons weer voor voor een lange reis van bijna 10 uur. De consumpties aan boord zijn prima. We dommelen af en toe een beetje in, maar van echt slapen komt niets. We kijken daarom maar weer naar enige speelfilms. |
|
Zaterdag 19 juni |
Na
een rustige vlucht komen we om 10:45 uur op Schiphol aan. Nadat we zijn
uitgestapt, verbazen we ons weer over de grote afstand die we moeten
afleggen naar de bagageband. Dan duurt het nog tamelijk lang voordat we
onze bagage terugkrijgen. Het is verschrikkelijk druk in de
aankomsthal. Mensen die wachten op aankomende passagiers blokkeren
bijna onze doortocht. De taxi is snel besteld en om 12:30 uur stappen
we ons huisje weer in. Zoals altijd als we na een tamelijk lange tijd
thuiskomen, ziet het er allemaal een beetje vreemd uit, maar dat went
snel. De tafel zakt bijna door zijn poten onder het gewicht van de
stapels post die de buren in zes weken hebben verzameld.We voelen ons allebei een beetje gammel, maar na een dutje komen we weer aardig bij. Een prachtige vakantie zit erop. |
|
Enige tips voor een (camper)reis naar de Verenigde Staten |
|
De verhuurder waar wij de camper vandaan
hadden, Cruise America, is relatief goedkoop. De campers zijn niet
altijd even nieuw en nogal karig voorzien van huishoudelijke artikelen
(als je die al hebt gehuurd). Een creditkaart is bijna onmisbaar. Je kunt
er op heel veel plaatsen mee betalen en vaak wordt hij ook gebruikt als
borg. Bij Cruise America werd meteen een fiks bedrag aan borg
afgeschreven dat zeer kort na de vakantie keurig werd terugbetaald,
eventueel onder verrekening van schade, extra gereden kilometers, maar
ook eventuele aanschafkosten die men vergoedde. |