|
|
| We maken tussen 12 juni 2008 en 19 juli
2008 een rondreis door Canada in het gebied tussen Vancouver Island en de Rocky Mountains
in het westen van dit zeer grote en dunbevolkte land. De reis gaat
voornamelijk door het zuiden van de provincie British
Columbia en een kleiner deel door Alberta.
Canada is ongeveer 240 keer zo groot als Nederland, maar het heeft
toch maar 2 keer zoveel inwoners, namelijk ca. 33 miljoen. Met deze impressie hopen we je een klein beetje van de sfeer te laten proeven. |
![]() |
| Op de kaart hierboven staat de route
aangegeven die we hebben gereden. Verder zijn de overnachtigsplaatsen vermeld in de volgorde zoals we ze hebben
aangedaan. 1. Hotel Travelodge, Vancouver Airport/Richmond 2. Harrison Springs, Harrison Hot Springs 3. Lichtning Lake, Manning Provincial Park 4. Oxbow RV Resort, Penticton 5. Swan Lake, Vernon 6. McDonald Creek Provincial Park, ten zuiden van Nakusp 7. Cedar Creek, Kaslo 8. Three Island Resort, ten oosten van Nakusp 9. Willamson Lake Campground, Revelstoke 10. The Golden Eco Adventure Ranch, ten zuiden van Golden 11. The Canyon RV Resort, Radium Hot Springs 12. Johnston Canyon, Banff National Park tussen Lake Louise en Banff 13. Wilcox Creek, Jasper National Park nabij Columbia Icefield 14. Hinton/Jasper KOA, Hinton 15. Whistlers, Jasper National Park, Jasper 16. Irvin's Park and Campground, Valemount 17. Wells Gray KOA, Clearwater 18. Silver Sage Trailer Park and Campground, Kamloops 19. Brookside Campsite, Cache Creek 20. Oceanside Campground, Nanaimo 21. RV Park Fort Victoria, Victoria 22. Burnaby Cariboo RV Park, Vancouver Burnaby |
|
Klik in bovenstaande kaart op een
overnachtingplaats en je gaat direct naar de
tekst van de dag waarop
we naar deze plaats reizen. |
|
Donderdag 12 juni |
|
Vrijdag 13 juni |
|
Zaterdag 14 juni |
|
Zondag
15 juni |
|
Maandag 16 juni |
|
Dinsdag 17 juni Terwijl we gisteren bijna het ijs van de ramen van de camper moesten krabben, kunnen we vanmorgen buiten ontbijten. We besluiten nog een dag in Penticton te blijven. Daarom
gaan we eerst naar een bezoekerscentrum om te ontdekken wat er
allemaal te doen is. We lopen langs de boulevard van Okanagan Lake
en kijken winkels in Main Street. De koffie bij Starbucks smaakt
prima. Ook Penticton ligt nog midden in het wijngebied en daarom
brengen we een bezoek aan een van de wijngaarden, namelijk de
Red
Rooster Winery. In de tuin staan enige sculpturen en binnen is ook
nog een kleine kunstgalerij. We worden
ontvangen door een allervriendelijkste man, van wie we heel wat te
weten komen. Hij is doedelzakspeler en heeft meegedaan aan de
Nijmeegse vierdaagse. Hij herinnert zich nog goed dat hij toen aan
het eind van elke dag Heineken dronk. Hij laat ons een
stuk
of vijf wijnen proeven die deze wijngaard produceert en vertelt er
vol trots van alles over. De witte wijnen smaken ons het best,
waarschijnlijk als gevolg van het warme weer. Hij houdt ons 1½ uur
bezig en het komt goed uit dat we niet alle wijn doorslikken, anders
hadden we niet meer recht kunnen lopen. We kopen enige flessen witte
wijn. In de camper eten we een
paar broodjes en vervolgens lopen we een flinke heuvel op, vanwaar
we een prachtig uitzicht hebben over het meer en de stad. Terug op
de camping is het tijd voor ons middagtukje. We eten in een pub die
op loopafstand van de camping ligt. Voor een luttel bedrag krijgen
we een grote portie heerlijk eten. |
|
Woensdag 18 juni De oorspronkelijke inwoners van Canada zijn indianen. Aan de rand van Penticton is een klein reservaat van het En´owkin volk. Er is een informatiecentrum, waar men een wandeling heeft georganiseerd onder leiding van een gids. Er is weinig ruchtbaarheid aan gegeven en de medewerkers van het informatiecentrum weten niet precies waar we moeten zijn. Men telefoneert naar de gids die ergens anders aan de tocht wil beginnen en vraagt hem even op ons te wachten. We rijden naar de ontmoetingsplaats en daar begroet Richard,
een vriendelijke roodhuid, ons. Voor degenen die nu allerlei
visioenen hebben: nee, hij heeft geen verentooi, maar draagt gewoon
een overhemd en een spijkerbroek. Verder heeft hij een mobieltje in
zijn zak en een spuitbus tegen de muggen. Daar maken we dankbaar
gebruik van. We rijden eerst een stukje het bos in. Dan leidt hij
ons, samen met nog drie andere bezoekers, ongeveer 1½ uur rond door een prachtig terrein met veel bomen,
bloemen en vooral talrijke vogels, waar hij de namen wel van noemt,
maar waarvan we er slechts enkele herkennen, zoals kolibries en
roodstaarthaviken. Hij vertelt ons ook allerlei verhalen over de
bomen en planten en waarvoor de indianen ze gebruikten. Behalve de
vogels zien we geen andere dieren die er wel zijn, zoals coyotes,
herten en een enkele beer. Aan het eind van de tocht vertelt Richard
ons dat zijn volk nog dicht bij de natuur staat en op dat moment...
rinkelt zijn mobieltje. Wel met een mooi vogelgeluid. We horen
dat de rondleiding gratis is, maar we kunnen gelukkig wel een
donatie doen waarmee men het landschap zoveel mogelijk in de
oorspronkelijke staat houdt. Op onze vraag wat hij het mooiste van
Canada vindt, antwoordt hij dat dit de vrijheid is die de indianen
tegenwoordig ondervinden. Tot 1952 werden ze onderdrukt: ze mochten
hun oorspronkelijke taal niet spreken en er ook niet voor uitkomen
dat ze tot een bepaald
indianenvolk
horen. Aan "Hollywood" heeft hij een grote hekel, want daar heeft
men allerlei indianenstammen op één hoop gegooid en er een
karikatuur van gemaakt.Omdat het daarna alweer koffietijd is, gaan we nog even de stad in. Vervolgens gaat de rit noordwaarts. In Kelowna eten we een broodje en bij Vernon zoeken we een kampeerplaats op om te overnachten. Deze keer is de camping behoorlijk geciviliseerd: het lijken wel straten waarin de campers staan, maar we hebben een prachtig uitzicht op het meer waaraan de camping ligt. Langs de oever van het meer staat veel riet waar het wemelt van de vogels. Carla is er met haar camera bijna niet bij weg te slaan. |
|
Donderdag 19 juni Nadat we aardig hebben uitgeslapen, besluiten we vandaag naar het oosten, richting Nakusp te gaan. Na alle zon van de afgelopen dagen is het vandaag overwegend bewolkt. Voordat we vertrekken, moeten er eerst nog wat foto´s van de vogels worden geschoten. We bezoeken een bedrijfje dat in de buurt opaal uit de rotsen hakt en er sieraden van maakt. Ze vallen een beetje tegen, maar we kopen wel een mooie ruwe steen.
Daarna is het alweer koffietijd, dus stoppen we al na een paar
kilometer in Vernon. Zo schieten we niet op, maar dat is ook niet
echt de bedoeling. De weg over de Monashee Mountains is erg rustig.
Hij wordt dan wel "highway" genoemd, maar hij is erg bochtig en af
en toe slecht onderhouden en daardoor zeer hobbelig. Hij voert weer
door een prachtig en afwisselend landschap. Dit keer lijkt het
enigszins op Zwitserland of Frankrijk. We zien een aantal herten de
weg oversteken. We lunchen op een
picknickplaats en bij Needles steken we met een veerpont het Arrow
Lake over. Er gaan ook twee grote trailers mee. Ze hebben twee
opleggers en zijn meer dan 25 meter lang. Daar steekt de camper
schril bij af: je ziet hem op de foto hierboven nog net achter de v rachtwagen
staan. Dan krijg je eerbied voor de chauffeurs
van die kolossen. We kiezen een prachtige camping uit ten zuiden van
Nakusp, midden in het
bos aan het meer. We kamperen op een zeer idyllische plek met een
schitterend uitzicht op het meer en besneeuwde bergen op de
achtergrond. Het is uiterst rustig en zacht weer. We wandelen een
stukje langs het meer. Na de avondmaaltijd is Carla weer veel van
huis om foto´s te maken. Overigens: vrijwel alle foto´s die je hier
tot nu toe hebt gezien, heeft zij gemaakt. De foto links hiernaast is
gelijk maar als achtergrond voor het bureaublad van de laptop
gebruikt. We hebben bij de
kampwachter een maaltje hout gekocht en een bijl geleend zodat we
weer een vuurtje kunnen stoken. Een flesje wijn erbij en de avond
kan niet meer stuk. We krijgen zelfs een filosofische bui en voeren
een diepgaand gesprek. Zo komt onder meer ter sprake met wie we op
vakantie zouden willen als we niet met elkaar zouden gaan. De
openhartige antwoorden zijn niet zo heel verrassend, maar we vertrouwen ze toch
maar niet aan dit dagboek toe. |
|
Vrijdag 20 juni Ook ´s morgens is het hier eigenlijk te mooi om weg te gaan, maar we vertrekken toch maar. In Nakusp laten we ons weer voorlichten door (het wordt eentonig) een vriendelijke dame van het bezoekerscentrum. We doen wat boodschappen en rijden in zuidoostelijke richting naar Nelson. De weg voert weer door berg en dal. Nelson heeft volgens
de plaatselijke informatie een historisch centrum. Dat betekent in
Canada dat er ongeveer 100 jaar oude gebouwen staan. Voor onze begrippen dus nog vrij jong.
Middeleeuwse gebouwen kent men hier uiteraard niet. Maar goed, er
zijn mooie gevels in art-deco stijl te zien uit het begin van de 20e
eeuw en de hoofdstraat is erg gezellig. Het is 30° C en zonnig, dus
een ijsje (ons eerste) gaat er wel in. Aan de rand van de stad rijdt
een gerestaureerde tram en een oude brug overspant het westelijke
deel van het Kootenay Lake.Na dit korte bezoek aan het stadje, rijden we noordwaarts
richting Kaslo. Even ten zuiden van die plaats strijken we neer op een
camping. Weer in het bos aan een meer. De eigenaresse komt ons na een
tijdje begroeten en vertelt honderduit over de omgeving. Ze is niet te
stuiten. Na de avondmaaltijd komt haar echtgenoot langs om het kampgeld
op te halen. Hij voorziet ons van allerlei informatie en zorgt voor een
vuurkorf die is gemaakt van een trommel van een wasmachine. Het hout is
ook voorhanden, dus het vuur kan weer oplaaien. Nou ja, het gaat wel
gepaard met veel rook. Na een glaasje Canadese whisky zoeken we ons bed
weer op. |
|
Zaterdag 21 juni Het weitje waarop de camper staat, wordt intensief bezocht door Robins. Dit zijn roodborstjes, maar dan veel groter dan wij ze kennen. Ze zijn
behoorlijk fotogeniek, dus de camera klikt weer veelvuldig.Kaslo is een schilderachtig dorpje met ruim 1000 inwoners en ligt waar de rivier met dezelfde naam uitmondt in het Kootenay Lake. Het werd in 1893 gesticht en was een belangrijke plaats voor de omgeving. Er waren goud-, zilver- en loodmijnen. Nu verwacht je elk moment een cowboy te paard tegen te komen, zo lijkt het op een dorpje uit een western. In het meer (nou ja, eigenlijk op de wal) ligt het gerestaureerde stoomraderschip de Moyie, dat van 1898 tot 1957 passagiers en vracht vervoerde over het meer. Het is fraai opgeknapt en we kijken een aardig tijdje rond op de verschillende
dekken die zo veel mogelijk op de oorspronkelijke manier zijn
ingericht.Na een kop koffie en een wandelingetje door de hoofdstraat met aardige geveltjes, maken we een voettocht langs de rivier. Onderweg treffen we overblijfselen van een oude waterkrachtcentrale. Verder zijn er prachtige uitzichten op het water en de omgeving. Langs de oever staan mooie bloemen, o.a. het exemplaar dat links op de foto staat en dat hier Tigel Lily heet. Overigens duurt zo´n wandeling tegenwoordig, nu fotograferen een echte hobby van Carla is, twee keer zo lang als vóór die tijd. Terug in het dorp, lunchen we heerlijk in The Treehouse Restaurant en dan vertrekken we richting Nakusp. Ten zuidoosten van die plaats overnachten we op een camping die alweer aan een meer is gelegen. De vuurkorven zijn dit keer van oude velgen van vrachtauto´s. Hier vliegen onder meer kolibrie´s die bij de buren uit een fles met suikerwater drinken. ´s Avonds begint het voor het eerst te regenen. |
|
Zondag
22 juni Het regent de hele nacht, maar ´s morgens is het droog en klaart het weer op. De kolibries
moeten vanzelfsprekend op de foto. Het blijft overdag wat
wisselvallig. Er vallen nog enige buitjes, maar de zon heeft
de overhand. We drinken koffie in een tamelijk luxe verblijfplaats
waar de koffie echter niet te drinken is. Je moet hier echt naar een
espressobar gaan, anders krijg je slap Engels slootwater. We rijden noordwaarts en steken met een veerboot tussen Galena Bay en Shelter Bay het Arrow Lake weer over. Dit keer duurt de overtocht 20
minuten.Revelstoke is de volgende verblijfplaats. We zoeken een camping die ver van de spoorbaan is gelegen, want we zijn gewaarschuwd dat de treinen ook ´s nachts rijden, verschrikkelijk lang zijn en veel herrie maken. Dat beeld klopt met de treinen die we langs zien tuffen, want snel gaan ze niet. We bezoeken een spoorwegmuseum waar een opgeknapte stoomlocomotief en enige rijtuigen zijn te zien. In het museum treffen we een Nederlander die ons verdrietig vertelt dat onze voetbalploeg van Rusland heeft verloren en dus uit het EK ligt. We tanken benzine. De tank is bijna leeg en er gaat bijna 200 liter in. Gelukkig kost een liter benzine hier omgerekend slechts ca. € 0,95, maar aan de andere kant is het verbruik van de camper, met zijn motor met acht cilinders en bijna 5,5 liter inhoud, ongeveer 1:5. De Canadezen en Amerikanen klagen steen en been over de brandstofprijs, die de afgelopen jaren is verdubbeld, maar verbazen zich nog meer als ze horen wat de benzine in Europa kost. |
|
Maandag 23 juni Na onze gebruikelijke kop cappuccino (voor Carla) en espresso (voor Rob) met iets erbij in een cafeetje, rijden we naar de stuwdam van Revelstoke. Het kost enige moeite om het terrein op te komen: de camper wordt aan de onderkant geheel met een spiegel geïnspecteerd. Men kruipt er zelfs onder. Maar we mogen naar binnen en daar volgen we een interessante rondleiding. Veel elektriciteit wordt in Canada door waterkracht opgewekt. Daarom zijn veel rivieren afgedamd en voorzien van waterkrachtcentrales. Zo ook de rivier de Columbia die 2000 km door Canada en de Verenigde Staten stroomt. Bij Revelstoke is in de jaren tachtig van de vorige eeuw een dam gebouwd van 175 m hoog en 460 m lang. De centrale voorziet ongeveer 750.000 huishoud ens van elektriciteit. Zeer boeiend allemaal.Daarna gaan we naar het Mount Revelstoke National Park. We kopen twee jaarabonnementen voor alle nationale parken in Canada. Dan hoeven we niet elke keer opnieuw toegang te betalen. We mogen er overigens niet al te jong uitzien, want het zijn seniorpassen. De parkwachter schatte Carla op 20 jaar (de slijmerd!), dus de controle op ouderdom zal wel meevallen. De parkpassen zijn een jaar geldig. (We hebben de passen na onze vakantie cadeau gedaan aan een lezer van dit dagboek. Of mag dit niet?) We
rijden met de camper 20 km de berg op, maar mogen op zo´n 1600 m
hoogte niet verder want de weg is na de winter nog afgesloten. Te
voet gaan we verder en even later lopen we door de sneeuw te
ploegen. Het is vrij koud en vrijwel volmaakt stil: alleen de vogels
zijn te horen. Ook hier staan weer mooie bloemetjes en andere
fotogenieke tafereeltjes. We hebben ons echter niet besmeerd met
anti-muggen-vloeistof, dus die steekbeesten lusten ons rauw.
Volgende keer beter aan denken. De uitzichten over het dal zijn weer
adembenemend. Zelfs de kilometers lange treinen zien er als
speelgoed uit.Terug in Revelstoke smaakt het eten in een restaurantje ook weer prima. |
|
Dinsdag 24 juni Bij het opstaan zien we de wolken laag tussen de bergen hangen. Af en toe valt er lichte regen. In Revelstoke valt relatief veel neerslag (gemiddeld ca. 50% meer dan in Nederland) omdat het in een kom tussen twee gebergten ligt. Als we naar het oosten rijden, klaart het steeds meer op en in de loop van de middag is het weer aangenaam zonnig. We rijden door het
prachtige Glacier National Park. Dit 1350 km²
grote park ontleent zijn naam aan de 400 gletsjers die 10% van de
oppervlakte bedekken. We stoppen bij Rogers Pass, het punt waar
in 1885 de Canadian Pacific Railway werd voltooid. Er is een
bezoekerscentrum waar te zien is welke ontberingen de
spoorwegwerkers destijds hebben moeten doorstaan om de spoorbaan aan
te leggen. Lawines hebben vele slachtoffers geëist en schade
toegebracht aan de baan en het materieel. Je begrijpt niet dat men
de moed erin hield om met het werk door te gaan. Na dit bezoek rijden we verder oostwaarts richting Golden. Het
plaatsje stelt zelf weinig voor, maar we gaan enkele kilometers
zuidwaarts op een mooie
camping staan, aan de rand van een bos. Zoals je op de foto
hierboven kunt zien kijken we uit op het mooie
dal tussen de Purcel Mountains in het westen en de Rocky Mountains
in het oosten. Het weer wordt steeds fraaier, dus we kunnen de
picknicktafel (die op elke camping bij de camper aanwezig is) weer gebruiken en eten een pizza zoals je hier links
kunt zien. Het kampvuur gaat ook weer aan en we krijgen gezelschap
van een eekhoorn die zelfs een op de grond gevallen marshmallow
lust. |
Woensdag 25 juni Vandaag
een vrij korte rit van Golden naar Radium Hot Springs. We reizen
door het brede en waterrijke dal van de Columbia River. Er is langs deze weg nauwelijks een dorpje te bekennen. De weg
is uitermate rustig. De auto gaat op de Cruise Control die er
eigenlijk alleen maar af moet als we ergens koffie gaan drinken. Dat
doen we dit keer in een voormalig benzinestationnetje dat nu dienst doet als
winkeltje, postkantoor, dvd-verhuur en koffiecorner. We lezen er het
plaatselijke suffertje met een verslag van een bijeenkomst van de
minister-president waarbij hij zijn excuses aanbiedt voor wat de
oorspronkelijke inwoners van dit land destijds is aangedaan.Rond het middaguur komen we al in onze nieuwe verblijfplaats aan, Radium Hot Springs. We zetten de camper op een leuk plaatsje, nu eens niet aan een meer, maar in een dal aan een snel stromend riviertje. Het stadje heeft zijn naam te danken aan een warmwaterbron zoals er velen in British Columbia te vinden zijn. Deze is echter ook nog een heel klein beetje radio- actief.
De bron werd aan het eind van de 19e eeuw voor het eerst gebruikt
om in te baden. In 1914 werd het eerste badhuis gebouwd en in de
loop van de tijd gemoderniseerd. Nu zijn er twee baden met
verschillende temperaturen en een "pool" waar je in het ongezuiverde
bronwater van 44°C kunt zitten. Nu we eenmaal in deze plaats zijn,
bezoeken wij dat bad uiteraard ook. Het is heerlijk en we worden er
helemaal loom van. Teruggekomen bij de camper, valt Rob dan ook
prompt in slaap. |
|
Donderdag 26 juni De route die we vandaag volgen loopt grotendeels door het Kootenay National Park en was in 1922 de eerste weg voor gemotoriseerd verkeer door de Rocky Mountains. De weg is prachtig en we stoppen vaak om van het uitzicht te genieten of een wandeling te maken. In de hete, droge zomer van 2003 hebben twee bosbranden, die werden veroorzaakt door blikseminslag, ruim 12% van de bomen in het park verbrand. Het valt op
dat men er zich niet erg druk om maakt, want dit hoort bij de natuur
en geeft nieuw bos weer een kans. Veel verbrande bomen staan nog
zwartgeblakerd overeind en inderdaad zien we tussen de staken
allemaal jong groen groeien. Waar men hier ook last van heeft is de
"pine beetle" (in het Nederlands de pijnboomkever?) die ervoor
zorgt dat ontelbare aantallen naaldbomen het loodje leggen. Men
steekt hier zelfs gecontroleerd bosbranden aan om het beestje te
bestrijden en het bos weer dezelfde kans te geven als na natuurlijke
bosbranden.Het volgende fenomeen dat we na een wandeling bekijken zijn de "paint pots", koude ijzerhoudende minerale bronnen die bovenop kegelvormige heuveltjes kleine vijvertjes vormen doordat de wanden door de afzetting van ijzerhoudende grond steeds hoger worden.
Het water stroomt vervolgens uit die vijvers en laat langs de oevers
oranjekleurige grond achter. De indianen gebruikten deze aarde vroeger om
hun kleding en huid te kleuren. Rond 1900 groeven de blanken de
grond af en vervoerden het naar Calgary om er de kleurstof oker uit
te halen. Dit gebeurt al lang niet meer, maar het verroeste
materieel ligt er nog steeds. Op de terugweg worden we gewaarschuwd dat er
op het pad waar we zojuist liepen twee grizzlyberen zijn
gesignaleerd. Jammer dat we ze niet zijn tegengekomen, of toch
niet...?Even verderop stoppen we voor alweer een wandeling. Nu naar de "Marble Canyon", waar een riviertje de bodem tot een diepe ravijn heeft uitgesleten. Ook weer spectaculair. Het laatste stukje van de route loopt door Banff National Park naar highway nr. 1. Wij nemen echter de parallel daaraan lopende oude highway, de Bow Valley Parkway, waar we op een rustige camping, midden in het bos, neerstrijken. De kampeerplaats, die ongeveer tussen Banff en Lake Louise is gelegen, is onze uitvalbasis voor de komende dagen als we bovengenoemde plaatsen gaan bezoeken. We maken alweer een vuurtje waarop we hamburgers bakken. |
|
Vrijdag 27 juni We gaan ons vandaag als echte toeristen gedragen, want we bezoeken Lake Louise. We zijn al gewaarschuwd om er vroeg heen te gaan, want anders staan de parkeerplaatsen vol. Het dorpje zelf stelt niets voor, maar er zijn twee fraaie meren in de buurt die een bezoek waard zijn. We beginnen bij het meer waar het dorpje zijn naam aan ontleent, dus Lake Louise. Het is een toeristische attractie die honderden bezoekers trekt, maar het is inderdaad een schitterende locatie. Een turkoois gekleurd meer waaraan een groot hotel ligt met besneeuwde toppen van de Rockies op de achtergrond. De kleur van het water komt van het materiaal van de rotsen dat via een riviertje uit de gletsjer (hier glacier genoemd) wordt meegevoerd. De grotere delen zakken naar de bodem van het meer, maar het lichtere materiaal (het zogenaamde rockflour) blijft min of
meer opgelost in het water. We maken een wandeling van ca. 5 uur. Het
is behoorlijk warm en de zon schijnt volop. Het deel van de tocht langs
het meer lijkt zo ongeveer de Kalverstraat, maar daarna gaat het enige
honderden meters omhoog en wordt het rustig. Aan het eind van de tocht,
op zo´n 2000 m hoogte, is een theehuis beloofd, wat we nauwelijks
geloven, maar het blijkt toch waar te zijn. We eten er heerlijke
broodjes en genieten van het spectaculaire uitzicht op enige toppen van
de bergen en (volgens de informatie) zes glaciers, die we echter niet
allemaal ontdekken. De grootsheid is helaas op de foto niet te
reproduceren.Terug bij de camper, kunnen we het niet laten om ook het andere meer, Moraine Lake, te bekijken. Dat ligt nog iets hoger dan Lake Louise en kan er in schoonheid mee wedijveren. Hier kost het
om 17:15 uur nog moeite een plekje voor de camper te vinden, zoals
je op de foto hiernaast kunt zien.In het dorpje halen we nog wat informatie bij een bezoekerscentrum, waarna we over de Bow Valley Parkway terug naar de camping rijden. "Een beer, een beer!", roept Rob opeens. En ja hoor, naast de weg loopt een kleine beer en iets verder in het bos loopt kennelijk zijn of haar moeder. Ze vluchten echter te snel het bos in om er een foto van te maken, maar we hebben dan toch onze eerste beren gezien. We zijn aardig moe geworden van de inspannende dag. Op deze camping hebben we geen elektriciteitaansluiting en de accu van de laptop is leeg. Rob zit deze tekst daarom bij een toiletgebouw te verwerken omdat daar een contactdoos met 110 V te vinden is. De wc-bezoekers staan verbaasd te kijken en willen vooral weten of men hier kan internetten (wat niet het geval is), maar Rob brengt sommigen wel op een idee. |
|
Zaterdag 28 juni Het loopt al tegen 10 uur als we wakker worden, dus we hebben aardig uitgeslapen. Vandaag is Banff aan de beurt om met een bezoek te worden vereerd. Het is nog warmer dan gisteren (ca. 30°C) en er is geen wolkje te zien. Banff is een vrij grote plaats met een stads karakter. Het is erg druk, maar we kunnen toch nog vrij gemakkelijk een parkeerplaats
vinden. We bezoeken eerst het Banff natuurhistorisch museum in een
houten gebouw dat er al sinds 1903 staat. Voor het museum staat een
totempaal van ongeveer acht meter hoog en waarvan je hiernaast
alleen het bovenste deel ziet. Het museum staat vol met opgezette
dieren en de suppoost vertelt ons een heel verhaal over de beren en
waarom ze gevaarlijk zijn. De belangrijkste reden is de mens die
zijn afval in niet afgesloten vuilnisbakken achterlaat. Dat afval
geeft een geur af waardoor de beren dit als voedsel beschouwen. De
beren komen daarom in de buitenwijken van de bewoonde gebieden en
naar picknickplaatsen omdat zij op die manier gemakkelijk aan
voedsel kunnen komen. Daardoor raken ze ook aan de aanwezigheid van
mensen gewend. Het is niet zozeer dat ze mensen willen aanvallen,
want ze vluchten van nature voor ons, maar ze willen hun
voedsel (ons afval) verdedigen. De les is dus geen voedsel achter te
laten en de beren zeker niet te voeren. Op onze camping zijn zelfs
af te sluiten containers aanwezig waarin degenen die in een tent
kamperen, ´s nachts hun voedsel kunnen achterlaten. In
Banff zijn veel winkels, vooral met souvenirs en kleding. We kunnen
het niet laten schoenen en hoeden te kopen. Na in een park een
broodje te hebben gegeten, lopen we naar de "Cave and Basin". Op deze
plek ontdekten spoorwegarbeiders in 1883 in een grot een
warme zwavelhoudende bron die al snel geëxploiteerd werd als
badgelegenheid. Tegenwoordig wordt hij niet meer als zodanig
gebruikt en kun je de geschiedenis ervan leren. Het valt een beetje
tegen. We luieren en lezen nog wat in het park en gaan daarna weer
naar onze camping die inmiddels geheel vol staat. We kunnen goed
merken dat hier de schoolvakanties zijn begonnen. |
|
Zondag
29 juni We slapen alweer behoorlijk uit voordat we aan ons ontbijt gaan beginnen. Het wordt weer een zeer warme dag met alweer een geheel blauwe lucht. Met 31°C is het eigenlijk wat te veel van het goede. Ons eerste reisdoel is vlakbij de camping, namelijk Johnston Canyon.
Het riviertje de Johnston heeft in duizenden jaren een diep ravijn uitgeschuurd. Een
wandeling erlangs is erg mooi, maar zeer druk. Er komen hier
jaarlijks een miljoen bezoekers en dat is te merken. Het
parkeerterrein is overvol. Gelukkig waren wij redelijk vroeg. We
zien fraaie stroomversnellingen en een waterval.In Lake Louise halen we geld uit de muur, waarna we richting Jasper gaan. We rijden over de uitzonderlijk fraaie Icefield Parkway. Deze 230 km lange weg is in de jaren dertig van de vorige eeuw als werklozenproject aangelegd. De arbeiders kregen 20 dollarcent per dag en moesten alles met behulp van pikhouwelen en scheppen
uithakken. Verder had men de beschikking over paarden en een enkele
tractor. De weg loopt langs de hoge toppen van de rockies en overal
zijn gletsjers te zien. We rijden over twee passen met een
weergaloos uitzicht. We houden halt ongeveer halverwege Lake Louise
en Jasper op de grens van Banff National Park en Jasper National
Park waar we kamperen op een kleine camping zonder voorzieningen,
midden in het bos. Er is geen kantoor of een parkwachter. We moeten
het kampgeld in een envelop doen en in een bus deponeren. We hebben een prachtig uitzicht vanuit ons plekje op de
bijna
3500 m hoge top van de Athabasca. Als de avond valt schijnt de zon
er prachtig op. |
|
Maandag 30 juni Ons eerste reisdoel vandaag ligt slechts enkele kilometers van de camping, namelijk het Columbia Icefield. Dit ijsveld heeft een
oppervlakte van 325 km² en is tot 365 m dik. Het
mondt uit in verschillende gletsjers, zowel in westelijke,
oostelijke, als noordelijke richting. Omdat de Rocky Mountains een
zogenaamde waterscheiding vormen, lopen de rivieren die door deze
gletsjers worden gevoed, zowel naar de Atlantische Oceaan, de Stille
Oceaan als de Noordelijke IJszee. We zijn erg vroeg bij deze
toeristische attractie. Je kunt hier met enorm grote zeswiel
aangedreven bussen een van de gletsjers van dat ijsveld op, namelijk
die van de Athabasca (zie ook het verslag van gisteren) en dat doen
wij dus ook. Het is een hele ervaring. Eerst rijdt het voertuig een
zeer steile helling af (hellingspercentage 40%) en dan de honderden
meters dikke ijslaag op. We krijgen ruim een kwartier om de gletsjer op
te lopen en dat is, zeker voor ons als toeristen uit het vlakke
Nederland, een bijzondere ervaring.Na de koffie in het bezoekerscentrum van het Nationale Park, gaan we verder noordwaarts richting Jasper. Onderweg kijken we onze ogen weer uit: wat een schitterende
omgeving. Het rijden door dit land is al een genot op zich. We
bekijken nog enkele prachtige watervallen, namelijk de Sunwapta
Falls en de Athabasca Falls, voordat we Jasper bereiken. Nu kunnen
we pas goed merken dat de Canadezen op vakantie zijn en in ieder
geval genieten van een lang weekeinde (morgen is het "Canada Day",
de nationale feestdag). Alle campings nabij deze plaats zijn overvol.
Daarbij is het zeer warm, bijna 34°C en we besluiten hier niet te
blijven. We eten hier nog wel een heerlijke pizza in een restaurant
en rijden daarna naar het plaatsje Hinton, ongeveer 60 km
oostwaarts, waar we nu eens niet in een bos, langs een rivier of aan
een meer kamperen, maar in een open terrein, met prima
voorzieningen. Zelfs de tv zouden we op de kabel kunnen aansluiten,
maar gelukkig hebben we die niet.Als de avond valt, begint het plotseling te onweren en vallen er enkele flinke regenbuien, maar kort daarna zitten we weer heerlijk buiten te lezen. |
|
Dinsdag 1 juli Rob weet zich op geen enkele wijze de naam van zijn algemeen directeur bij de provincie Noord-Holland te herinneren. Dat kan twee dingen betekenen: de heer Alzheimer kondigt zich aan of het is het ultieme vakantiegevoel. Hij houdt het op het laatste. Ver weg van alle beslommeringen die van invloed zijn op het leven tijdens het grootste deel van het jaar. Neem gewoon een tijdje afstand van dat dagelijkse gebeuren en houd je een tijdje bezig met heel andere dingen. Eerlijk gezegd begint bij ons dat gevoel normaliter al de eerste dag van de vakantie, dus neem ons niet kwalijk dat we niet steeds aan iedereen in het vaderland denken. En
als je dan hier ook nog "Canada Day" meemaakt, voel je je een klein
beetje Canadees. Deze eerste julidag is de nationale feestdag
waarbij wordt herdacht dat in 1867 een aantal Britse koloniën en
Canadese provincies een federatie vormden. Maar wat naar ons idee
vooral wordt gevierd is de saamhorigheid van alle verschillende
bevolkingsgroepen die in Canada vreedzaam samenleven. Elke stad en
elk dorp viert deze dag en Hinton dus ook. Een parade met Mounties,
auto´s, praalwagens met wuivende mensen, muziekbandjes, e.d. trekt door de
straten en iedereen wenst elkaar "Happy Canada Day!". Verderop in
een parkje heeft (bijna) elke nationaliteit die in het dorp woont,
een tentje met informatie, snuisterijen en lekkere hapjes uit hun
land.
Nederland
is ook vertegenwoordigd, uiteraard met klompen, molens, kaas, drop,
Droste flikken en stroopwafels. In Nederland vinden we dit
verschrikkelijk, maar hier misstaat het geenszins. Carla drinkt
Nepalese kruidenthee, Rob eet Griekse Baklava en vanzelfsprekend eten
we een hamburger en een hotdog. Iedereen die we aanspreken is lovend
over hun land. Er zijn optredens van verschillende
bevolkingsgroepen, maar de Nederlandse klompendansers ontbreken of
hebben we gemist. Ook de oorspronkelijke indianen zijn (nu compleet
met verentooien) van de partij met trommels en dans. Het is uiterst
gezellig waarbij het opvalt dat er, ondanks de vele mogelijkheden
tot versnaperingen, nauwelijks een propje papier, flesje of blikje
op de grond te vinden is. Daar kunnen we in Nederland nog wat van
leren. We blijven
bijna de hele dag hangen op het feestterrein en hebben daar absoluut
geen spijt van.We schieten vandaag de duizendste foto. |
|
Woensdag 2 juli Er was tamelijk slecht weer voorspeld, maar gelukkig heeft men het hier ook wel eens mis, want het is gewoon weer mooi, met wat vriendelijke wolken. We gaan naar Jasper en hebben voor alle zekerheid maar een plaats op "Whistlers Campground" geboekt. Maar eerst
maken we een rit met de "Jasper Tramway". Deze heeft niets met een
vervoermiddel op rails te maken, maar het is een kabelbaan naar de
berg de Whistler. Hij doet er 9 minuten over en overwint 973 m
hoogteverschil naar een punt op 2267 m boven de zeespiegel. Dat is
voor ons nog niet hoog genoeg en daarom maken we nog een wandeling
van ongeveer een uur naar de top van de berg op 2466 m hoogte. We
hebben een schitterend uitzicht op Jasper en de verre omgeving. We
bevinden ons ruim boven de boomgrens en hier groeien alleen nog maar
kleine plantjes met mooie bloemen. Toch leven hier ook nog dieren,
zoals grondeekhoorns en sneeuwhoenders. Het valt op dat het, ondanks
de hoogte, helemaal niet koud is. Er staat
dan ook nauwelijks
een zuchtje wind. We genieten weer met volle teugen van de omgeving,
zoals je op de foto´s kunt zien. We maken weer veel video- en foto-opnamen.Voordat we weer afdalen naar het dalstation, nuttigen we soep en een broodje op het bergstation van de baan. Terug in Jasper wandelen we langs winkeltjes en doen nog wat boodschappen. Aan het eind van de middag gaan we naar de enorm grote camping die 781 plaatsen heeft, maar ondanks dat hebben we veel privacy, want alle plekken liggen redelijk ver uit elkaar in het bos. |
|
Donderdag 3 juli We besluiten nog een dag in Jasper te blijven om Medicine Lake en Maligne Lake met een
bezoek te vereren. De weg erheen is al mooi en we spotten langs de
weg een prachtige Wapiti, ook wel Elk genoemd. Verderop is vooral
Maligne Lake een plaatje. Een foto van dit meer siert dan ook
vrijwel elke reisgids. Voor het mooiste plaatje moet je echter een
boottochtje maken, maar daar hebben we niet zo veel zin in en
bovendien weten ze er een behoorlijke prijs voor te vragen. Daarom
wandelen we een uurtje langs het meer en door het bos. Dat is op
zich ook al prachtig. Op een picknickplaats eten we de meegebrachte
boterhammetjes op. We zoeken de andere kant van het meer op waar we
aan de oever wat gaan lezen. Ondanks dat we ons uitgebreid hebben
bespoten met een anti muggenmiddel, weten de beestjes ons toch nog
te vinden. Het stikt er hier van. Tegen
het eind van de middag rijden we weer naar Jasper. Er is een kleine
opstopping omdat er twee beren langs de weg zijn te zien: een moeder
met haar jong. Dat levert deze niet al te duidelijke foto op, maar
goed, we hebben er een. Het vlekje links van de beer is het jong. Dat is weer eens wat anders dan de
bloemetjes die geduldig wachten tot ze hebben geposeerd. Want die
moeten er ook nog steeds op. Als Carla weer eens een andere kleur
kelkje heeft gesignaleerd, zijn we wel zo gek om op een
parkeerplaats verderop te stoppen en in de hitte een eind terug te
lopen om ze alsnog te fotograferen.Op de camping teruggekomen, stoken we weer eens een vuurtje en roosteren er zalmmoten in dillesaus op en poffen een aardappel. Een gekookte maïskolf en een wit wijntje maken dit diner in de openlucht weer compleet. Vlak voor de koffie begint het te spetteren. We lozen in een druilerige regenbui het afvalwater en vullen de vers-watertank. Die nattigheid hadden we ons kunnen besparen, want een uurtje later is het weer droog. |
|
Vrijdag 4 juli De weersvoorspelling voor vandaag was opnieuw slecht, maar wederom had men het bij het verkeerde eind, want het is zonnig, hoewel de bewolking in de loop van de dag dikker wordt en er aan het eind een klein buitje valt. We
verlaten het Jasper Nationaal Park in westelijke richting. In de
buurt van Mount Robson stoppen we bij het gelijknamige
informatiecentrum. Mount Robson is met 3954 m de hoogste berg van de
Canadese Rocky Mountains. Rond de top ervan hangt vrijwel altijd een
wolk, zo ook vandaag. In de buurt van deze berg valt jaarlijks meer
regen dan in de rest van de Rockies omdat dit vanuit het westen de
eerste hoge top is. De wolken die worden aangevoerd met de
overheersende zuidwestelijke wind, laten hier hun meeste nattigheid
vallen. We maken een wandeling van enige uren langs de rivier die
ook al de Robson heet. Yuri moest eens weten dat alles hier naar hem
is vernoemd. Het pad is erg afwisselend, af en toe
waan
je je in een regenwoud. Langs het pad groeien weer de mooiste
bloemen (dus veel foto´s) en ook behoorlijk wat vlinders zijn er te zien
(nog meer foto´s). Ze komen zelfs op de hand van Rob zitten.
In bijgaande collage laten we je het resultaat zien.We kamperen in het niet erg interessante plaatsje Valemount op een vrij nieuwe en nog kale en weinig spannende camping, maar de voorzieningen zijn uitstekend, inclusief draadloos internet op elke campingplaats. Nog tijdens ons toetje komt een (alweer vriendelijke) Canadees ons vragen waar we vandaan komen. Ons antwoord maakt hem helemaal lyrisch, want hij is lovend over Nederlanders. In de plaats waar hij woont (Chilliwack) is ruim 30% van Nederlandse afkomst die daar vooral veeteeltbedrijven hebben en "hun koeien veel melk laten geven". Ze vormen een hardwerkend volksdeel. Zijn naam is Harvey Schröder en hij is minister van landbouw geweest in de provincie British Columbia en ook voorzitter (speaker) van de wetgevende vergadering van deze provincie. De provicies zijn hier veel zelfstandiger dan in Nederland. Hij heeft zich in die functies jarenlang sterk gemaakt voor de stichting van Nederlandse scholen en deze zijn er ook gekomen. Hij is hier erg trots op. Ook heeft hij Nederland bezocht om de Nederlandse manier van veilingen in Canada te introduceren. We hebben zeker een uur met de uiterst gezellige man gesproken en weer aardig wat van het leven in Canada opgestoken. |
|
Zaterdag 5 juli Het is een bijzondere dag, want Rob is jarig. Als cadeau krijgt hij van Carla een espressoapparaat. "Zo, zo", horen wij u denken, "hoe krijgen ze dat mee terug naar Nederland?" Nou, dat is niet zo moeilijk, want de afmetingen zijn slechts 10 x 5 x 5 cm en het werkt ook nog. Koop je in Nederland een apparaat van gigantische omvang en dan lukt het met zo´n klein toestelletje ook. Voordat
we Valemount verlaten, bellen we met het thuisfront, waar Rob de
felicitaties van kinderen en kleinkinderen in ontvangst neemt.
Daarna gaan we op weg naar het zuiden. Hoewel we de echt hoge toppen
verlaten, is de omgeving nog steeds schitterend. Een breed dal van
de North Thomson River met onafzienbare hoeveelheden naaldbomen
tegen de hellingen van de bergen. Een rustige weg waar we ontspannen
rijden. Dat valt overigens overal op: het rijden is nooit
stressverwekkend. Alle voertuigen, ook vrachtwagens en auto´s met
caravans, mogen hier dezelfde snelheid rijden en dat is op deze
(brede) weg 100 km/h.In Clearwater strijken we neer op een camping met ruime plaatsen in een parkachtige omgeving. We trachten nog te boeken voor een tocht
met een vlot over de North Thomson
River, maar omdat men geen verbinding kan krijgen met de
organisatie, lukt dat niet. We rijden daarom nog maar een klein
stukje het Wells Gray Provincial Park in waar we de waterval van de
Spathats Creek bezoeken. Het riviertje stort zich hier in een 120 m
diep ravijn. Dat ravijn is ontstaan nadat afzettingen van lava
tijdens de laatste ijstijd zijn uitgesleten door gletsjers en later
door het water van de waterstroom. Een prachtig gezicht.Hoewel we vanmiddag ook al redelijk uitgebreid in een restaurant hebben geluncht, genieten we, ter gelegenheid van de eerdergenoemde verjaardag, van een heerlijk diner in het restaurant van de camping. De fles wijn die we erbij dronken, bleek een liter te bevatten, dus we hopen dat je onze dubbele tong in dit stukje niet merkt. Na het maal, zitten we nog een tijdje buiten de camper. Carla kan het om 21:30 uur niet laten nog enige foto´s te maken, hoewel Rob, na haar halve liter gegiste druivensap, twijfelt aan haar rotsvaste standpunten. Het is echter een zachte avond zonder een zuchtje wind, dus ze waait niet om. |
|
Zondag 6 juli Het Wells Gray Provincial Park werd in 1939 geopend en beslaat een oppervlakte van 540.000 ha. In het uitgestrekte gebied komen veel bossen, bergen, meren en rivieren voor. Maar waar het vooral om bekend staat, zijn de prachtige watervallen. Deze gaan we dan ook bekijken. Maar
eerst drinken we koffie op de Trophy Mountain Buffalo Ranch, waar we
inderdaad, zij het vrij ver weg, een aantal bizons zien lopen en
liggen. De eerste waterval is de Dawson. Deze is 90 meter breed. Een
prachtig gezicht. Het water buldert met veel geweld ongeveer 10 m naar
beneden. We zijn niet de enigen die hem fotograferen. Nadat we de
rivier via een smalle baileybrug zijn overgestoken, komen we al gauw
bij Helmcken Falls. Dit is de meest spectaculaire waterval die we tot
nu toe
hebben gezien. Hij is ongeveer 140 m hoog. Dat is 2½ keer zo
hoog als de Niagarawatervallen en (denken we) 2 keer de Haarlemse Grote Kerk.
Het water maakt een vrije val en komt neer
in een soort grote kom waarbij af en toe een nevel weer
tot dezelfde hoogte op spat. We blijven heel lang naar dit
schitterende
natuurgeweld kijken. Op de informatieborden (die men in dit
land veelvuldig neerzet) staat te lezen hoe het landschap is
ontstaan. Op een ervan staat ook dat er in dit park meer dan
30 soorten muggen leven. We hadden geen idee dat er zoveel
verschillende van die beesten bestonden, maar in ieder geval krijgen
we er heel wat van te zien. Vooral Carla voelt ze ook omdat ze zich
onvoldoende met de spuitbus tegen die irritante schepselen heeft
gewapend. Vervolgens lopen we (vlak) langs de rand van een ongeveer 100 m diep ravijn
met loodrechte wanden naar het punt waar de
waterstroom in de Clearwater rivier uitkomt.We rijden op ons gemak terug naar de camping waar we op een vuurtje weer aardappels poffen en vis bakken. Het eten is net klaar als het begint te regenen, dus dit keer dineren we in de camper. Na de maaltijd wordt het alweer droog. |
|
Maandag 7 juli Het is slechts een korte rit van 120 km naar Kamloops, onze volgende stop. We waren gewaarschuwd dat we onze korte broeken vanaf nu wel kunnen vergeten, want het zou richting het zuidwesten steeds kouder worden. Waar de verkondiger van dit verhaal het vandaan
haalde, weten we niet, want Kamloops is een stoffige, hete plaats in
een vrij kale, woestijnachtige omgeving. Er valt hier jaarlijks
gemiddeld nog geen 260 mm neerslag en de zon schijnt meer dan 2000
uur. In Nederland regent het drie keer zo veel en schijnt de zon ca.
1500
uur. We lopen de rest van de dag dan ook te puffen van de warmte.Net als elders in Canada, rijden hier erg lange treinen. Bij een ervan tellen we 112 wagons, voortbewogen door drie diesellocomotieven. We brengen een bezoek aan het Secwepemc Museum & Heritage Park. In het museum wordt verteld en getoond hoe het indiaanse Shuswapvolk hier leefde.
Dit volk bewoonde ooit een groot deel van British Columbia. In het
park bevinden zich de archeologische resten van een 2000 jaar oud
winterdorp. Men laat zien hoe men van vis, vlees, bessen en wortels
leefde. Interessant.´s Avonds wonen we in het Riversidepark een concert bij van Blu Hopkins, een kennelijk in deze plaats en omstreken wereldberoemde folk en bluegrassband. Het is een gezellige boel. Men zit op het gras of op meegebrachte stoeltjes naar de muziek te luisteren die meestal gaat over verloren liefdes, weverijen die ophouden te bestaan en dorpjes die door de bewoners worden verlaten. De meeste liedjes zijn dan ook erg weemoedig. |
|
Dinsdag
8 juli Het museum van Kamloops dat we bezoeken, herbergt veel informatie over de geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners en de Europese pioniers. Veel foto´s, gebruiksvoorwerpen en kamers zoals ze 100 jaar geleden waren ingericht. Kortom, een museum zoals er zoveel zijn, maar toch aardig om te bekijken. Vervolgens
maken we een wandeling langs historische gebouwen in deze stad. Nou
ja, historisch is ook in dit geval relatief. Het oudste gebouw dat we
zien is ruim 100 jaar oud, maar dat is voor Canadese begrippen heel
wat. De huizen die destijds vrijwel uitsluitend van hout waren,
bestaan niet meer. Stenen huizen waren in die tijd zeldzaam en
dienden alleen voor bijzondere doeleinden. Op de foto rechts
hiernaast staat het gerechtsgebouw uit 1909.De lunch vindt plaats in de hoofdstraat, Victoria Street, tegenover een meisje dat (niet al te zuiver) zingt met begeleiding van haar gitaar. Het is weer behoorlijk warm in de stad. In een folder hebben we echter iets gelezen over een wandeling langs de oever van de Thomson rivier en die besluiten we te gaan maken, omdat het daar wel wat koeler zal zijn. We rijden eerst naar een punt waar we een parkeerplaats vermoeden en komen in behoorlijk armoedige buitenwijken van de stad terecht. Bovendien hebben ze er niet bij verteld dat er nog een rij huizen tussen het wandelpad en de rivier staat. Dat is dus niet zo´n succes. Daarom rijden we naar een park waarvan we denken dat het de moeite van een bezoek waard is. De weg erheen is echter opgebroken en een omleiding is nauwelijks aangegeven. Leve de airco in de auto, waardoor het heerlijk koel blijft. Uiteindelijk lukt het toch er te komen. Het blijkt echter min of meer een sportpark te zijn, maar wel met leuke zitjes aan de oever van de rivier. Er
is weer "Music in the Park" en we gaan er opnieuw heen. In het park
eten we eerst nog een ee nvoudige
maaltijd. Op een steiger staan enige mannen te vissen en ook een
"Bold Eagle" (Amerikaanse zeearend) die mooi op de foto komt, doet daaraan mee.De band die optreedt heet "Iron Choir" en is een mix van folk, pop, jazz en een beetje Johnny Cash. Best leuk. In het voorprogramma treden zelfs de "Eagles" op. Weliswaar op CD, maar toch. Terug op de camping, snort in de camper de airco en na de douche, waar we na deze warme dag wel aan toe zijn, zitten we buiten (platgespoten met het anti-muggenmiddel) een glaasje wijn te drinken. Lichtjes op de oever aan de overkant van de rivier en af en toe getoeter van een voorbijrijdende trein, maken het beeld weer compleet. |
Woensdag 9 juli De
plaatsen lijken in deze omgeving met elkaar te wedijveren over de geringste
jaarlijkse regenval. En dat is te merken ook. Onderweg zien we veel
dode bomen. Of dat door de droogte komt of door de Pine Beetle,
weten we niet. Verderop doorkruisen we een vrijwel boomloos
landschap. Het dorpje Savona, tussen Kamloops en Cache Creek, laat
weten dat hier maar 235 mm/jaar valt. Dat is alweer enkele
tientallen millimeters minder dan in Kamloops. De hoofdkleur in de
omgeving is grijsbruin. Er groeit vrijwel uitsluitend Tumbleweed,
hier ook Russische distel genoemd. Je weet wel: in Amerikaanse films
zie je ze, soms meters in doorsnede, als
uitgedroogde
stekelige bollen door het landschap waaien. Deze planten zijn niet
inheems. Men vermoedt dat Oost-Europese immigranten de zaden ooit in
hun bagage hebben meegenomen. Nu overwoekert het gewas het land en
groeit er weinig anders. Wel groeien hier zelfs cactussen. Ondanks
de droge en kale sfeer, heeft zo´n landschap toch ook wel wat:
in gedachten zien we stoffige goudzoekers hun geluk beproeven. En
dat is niet ver bezijden de waarheid, want in dit gebied heeft in de
tweede helft van de 19e eeuw een goldrush plaatsgevonden. En dat
zonder airco´s. We houden ons uiterst rustig en drinken veel. In Cash Creek, slechts ongeveer 80 km vanaf onze vorige overnachtingplaats, stoppen we op een camping waarop enige bomen voor schaduw zorgen. Er is zelfs een klein zwembadje waarvan we dankbaar gebruik maken. |
|
Donderdag 10 juli "It´s very odd", zegt de mevrouw van de drankwinkel in Lillooet, terwijl we een sixpack Molson Canadian (bier) kopen. Wat is namelijk het geval: in het droogste gedeelte van Canada regent het deze ochtend. En dat is voor ons ook vreemd, want het is de eerste keer in deze vakantie dat er overdag echt neerslag valt. Bij het ontbijt vanmorgen in Cache Creek hebben we ons reisplan zitten overdenken. We waren van plan een korte tocht te maken, maar nu dubben we of we naar Vancouver Island zullen gaan. Bijna iedereen die we spreken raadt ons de overtocht namelijk aan en dus halen we het vaarschema van de veerboten erbij die tussen het vaste land en het eiland varen. We proberen via internet een overtocht te boeken, maar bespreken lukt niet meer. Wat betekent dat? Is de boot vol? De campingbaas vertelt echter dat hij nooit boekt en altijd op goed geluk de overtocht maakt. Je moet hoogstens op het volgende schip wachten. Wij besluiten dat dan
maar te wagen en op weg te gaan, echter met een overnachting ergens
onderweg, zodat we morgenochtend niet al te laat kunnen overvaren.We wandelen nog een stuk door Lillooet waar goudzoekers ooit hun geluk beproefden en waarin Main Street een lange rechte straatweg is die lijkt op veel andere wegen in dit soort dorpen. We zien dat het in de bergen zelfs heeft gesneeuwd. Aan het begin van de middag wordt het alweer droog en klaart het zienderogen op. De weg tussen Lillooet en Pemberton is prachtig. We rijden door een berggebied over een zeer bochtige, af en toe steile en vooral zeer slecht onderhouden weg. Er liggen hier en daar stukken rots op de weg en hij wordt zelfs versperd door omgewaaide bomen. Het heeft hier kennelijk nogal gestormd. Een onderhoudswagen ruimt de rommel op met zijn sneeuwploeg. Het asfalt zit vol hobbels, kuilen en gaten en op een zeker moment schiet het deurtje van de keukenkast open en valt een deel van het servies eruit. Eén ontbijtbordje klettert aan diggelen, dus het valt allemaal mee. Naarmate de reis vordert, veranderen onze plannen en besluiten we, ondanks de voor ons doen grote dagafstand van 360 km, door te rijden naar het vertrekpunt van de veerboot, Horseshoe Bay. We passeren Whistler waar in 2010 de Olympische winterspelen worden gehouden. Veel bos en rots moet eraan geloven om allerlei faciliteiten en wegreconstructies mogelijk te maken. We kunnen nog net een hert ontwijken dat plotseling de snelweg oversteekt. We komen tegen 19:00 uur bij de afvaartplaats van de ferry aan en kunnen aansluiten bij een lange rij wachtende auto´s.
De eerste overtocht moeten we laten gaan, maar we kunnen mee met de
boot van 20:00 uur. De oversteek naar Nanaimo op Vancouver Island
duurt ruim anderhalf uur. We eten in het restaurant op de boot ons
avondmaal (zalm, rijst met een heerlijke saus en cheesecake toe).
Het uitzicht vanaf de boot is schitterend en we worden zelfs nog
getrakteerd op een mooie zonsondergang. Na de ontscheping begint het
al donker te worden en we bereiken om 22:00 uur de camping bij
Nanaimo waar we een prachtige plaats met uitzicht over zee hebben.
We zijn behoorlijk moe, nemen aan de picknicktafel nog een drankje,
kijken in het donker nog een tijdje uit over de baai met lichtjes
aan de overkant en duiken daarna het bed in. |
|
Vrijdag 11 juli We worden vrij laat wakker, ontbijten, feliciteren pa Van der Meij de Bie telefonisch met zijn 83e verjaardag en verder spreken we af dat we het vandaag een beetje rustig aan doen. We boeken nog een nacht op deze
camping en bezoeken vervolgens de stad Nainamo. Het is een vrij
grote havenplaats met uitgebreid vertier aan het water. Veel
pleziervaartuigen varen over de golven of liggen aan de steigers.
Veerboten naar het vaste land en eilanden in de omgeving hebben hier
hun haven. Watervliegtuigen gebruiken de baai voor toeristische
vluchten boven het eiland, maar ook voor verbindingen met Vancouver.
De promenade langs de haven is erg gezellig. Morgen worden er
drakenbootwedstrijden gehouden en de voorbereidingen hiervoor zijn
in volle gang. Ook is er een zogenaamde farmers market, waar
plaatselijke kooplieden hun waren aan de man proberen te brengen.
Allerlei voedsel, kleding, sieraden en snuisterijen. Overal waar we
rondkijken worden we vriendelijk begroet en wil men weten waar we
vandaan komen. We raken na vier weken ons accent kennelijk nog
steeds niet kwijt. In het historische deel van de stad zijn wat
winkels, maar dat stelt niet zo veel voor. We hebben een foldertje
ontdekt van een stoffenzaak waar men zogenaamde quilts maakt. Dat is
in Canada een veelbeoefende hobby. Verschillende lapjes met allerlei
patronen en kleuren worden aan elkaar genaaid en doorgestikt op een
ondergrond. Denk maar aan
een beddensprei en je hebt misschien een
idee van het resultaat. Carla is hierin uiteraard geïnteresseerd en
daarom staat ze met een winkelbediende, als vakgenoten onder elkaar,
uitgebreid over de hobby te praten.Daarna duiken we nog een enorme "mall" in, een winkelcentrum met tientallen winkels en eetgelegenheden, zoals in Nederland nauwelijks bekend is, maar hier veelvuldig aanwezig. Na de avondmaaltijd genieten we weer van het prachtige uitzicht op de baai, nu bij ondergaande zon die nog net op de in het water drijvende boomstammen schijnt. |
|
Zaterdag 12juli Vlakbij de camping waarop we de afgelopen twee nachten hebben gestaan, is een klein provinciaal park waar oude rotstekeningen van indianen zijn te bewonderen. De zandstenen rotsen zijn echter relatief zacht zodat de tekeningen erg zijn vervaagd. De
drakenbotenrace in Nainamo is een traditionele gebeurtenis waarbij
teams in grote kano´s een snelheidswedstrijd houden. Oorspronkelijk
waren de boten van teakhout, maar tegenwoordig zijn ze van
glasfiber. Ze zijn 13 meter lang en ze worden voortbewogen door 20
peddelaars, terwijl het tempo wordt aangegeven door een trommelaar
voor op de boot. Een stuurman achterop bedient het roer. Rond de
wedstrijd is het in het park langs de haven een gezellige boel met
eet- en drinkkraampjes, muziek en vooral veel mensen: toeschouwers
en deelnemers. Laatstgenoemden zijn in kleurige tenues gestoken en
doen warming-up oefeningen en uiten enige strijdkreten. De zon
schijnt weer volop, dus de dag kan hier niet meer stuk. We bekijken
het festijn een tijdje en drinken een kopje koffie en thee. De
reis gaat vervolgens in zuidelijke richting naar Victoria, maar
voordat we daar zijn, bezoeken we het
British Columbia Forestry
Museum, waar we van alles te weten kunnen komen van de houtverwerkingsindustrie. Een stoomtreintje
rijdt ons over het terrein
waar allerlei gebouwtjes en machines staan. Vervolgens vertelt een
meisje ons het nodige over de wijze waarop de houthakkers destijds
leefden en werkten.De volgende plaats die we aandoen is Duncan dat ook wel de totempalenstad wordt genoemd sinds er aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw een flink aantal van die palen is neergezet. De meeste dateren dan ook uit die tijd. Het is inmiddels weer tegen de 30° C geworden en daarom laten het plan varen om vandaag nog Victoria te bezoeken. We zetten de camper neer op een grote camping in een buitenwijk van deze plaats. We worden verrast door de trein die (toeterend) dwars over het terrein van deze kampeerplaats rijdt. Gelukkig is het slechts een boemeltje, want we zien (en horen) hem maar één keer. We doen beiden een tukje in de schaduw en laten het hier vandaag bij. |
|
Zondag 13 juli Victoria is de hoofdstad van de provincie British Columbia. De stad ligt aan zee en is een gezellige havenplaats met veel cruise- en plezierschepen, watervliegtuigen die de haven als vertrek- en
aankomstplaats gebruiken. En aan de haven staan het beroemde met
wingerd begroeide Empresshotel (zie foto rechts) en de
parlementsgebouwen. Het weer is ideaal: veel zon en een aangename
temperatuur. We dwalen enige uren door de stad en winkelen wat,
lunchen en bezoeken de zondagse markt in China Town. We vermaken ons
uitstekend.In de loop van de middag rijden we naar Butchart Gardens. Aan het eind van de 19e eeuw kwam Jennie Butchart op het idee om van de uitgeputte kalksteenmijn van haar echtgenote Robert Butchart, een tuin te maken. Ze is hier, samen met tuinlieden en de werknemers van haar man, vele jaren mee bezig geweest. Er moesten vele honderden kubieke meters grond van elders worden a angevoerd om de kale bodem van de mijn te bedekken. Wat in eerste
instantie een hobby was, groeide uit tot een ruim 20 ha groot park
dat prachtig is ingericht met een veelheid aan planten, bloemen en
bomen. Het werd in 1904 voor het eerst voor het publiek opengesteld.
Ook hier lopen we vele uren bewonderend rond; af en toe is het een
overdaad aan bloemen, vooral de rozentuin. We eten ´s avonds in het
restaurant van de tuin en wonen daarna in het park alweer een
concert bij. Nu is het een strijkkwartet dat voor de pauze
klassieke en daarna moderne muziek speelt. En dat bij een
ondergaande zon en een lekkere temperatuur. Daarna bewonderen we nog
even een enigszins kitscherige met gekleurde lampen verlichte fontein
en we gaan in het donker weer naar de camping. |
|
Maandag 14 juli Er is in de buurt van de camping een winkel met de naam Fabricland en dat is net zo´n winkel als waar Carla werkt. Dus is ze zeer geïnteresseerd hoe die zaak eruit ziet, wat ze verkopen, enz., enz. Het gesprek met de manager van de winkel is dan ook al snel gaande. En ook moeten er foto´s worden gemaakt hoe alle stoffen zijn uitgestald. Daarna gaan we nogmaals naar downtown Victoria voor een kop koffie en winkels. Nu vooral om wat souvenirs voor de kleinkinderen te kopen. We
verhuizen vandaag maar weer eens en daarvoor moeten we met een veerboot
de oversteek terug naar het vaste land maken. Maar voordat we dat doen,
kiezen we een alternatieve route langs de oostkust van het schiereiland
Saanich waar Victoria op ligt. Een prachtige weg langs havens, baaien
en door mooie villawijken. We hebben een prachtig uitzicht op de kust
van de Verenigde Staten.We halen nog net de boot van 14:00 uur. We hebben weer niet gereserveerd, maar kunnen gemakkelijk mee. Een vriendelijke medewerker van BC Ferries staat bij het vertrek op het voordek om bij calamiteiten het anker neer te kunnen laten. Hij vertelt dat de berg die we zo mooi in de verte zien, de
Mount Baker in de Verenigde Staten is. Op de foto hierboven is hij
net te zien. Het is een af en toe nog (een beetje) werkende vulkaan. We
varen tussen vele eilandjes door en kijken onze ogen uit. We krijgen
ook nog informatie over het leven in de zee die we oversteken. Rob ziet
twee keer kort een vin van een Killer Whale, die helemaal geen walvis
is, maar een Orka, een grote dolfijn.Na de overtocht, rijden we in druk verkeer naar Burnaby, een voorstad op ongeveer 15 km van het centrum van Vancouver, waar we op de 21e en laatste camping van deze vakantie gaan staan. Het is een typische stadscamping, met geasfalteerde wegen en heggen tussen de (vrij kleine) plaatsen. Er is ook een overdekt zwembad met een jacuzzi (waarvan we nog even gebruikmaken), een fitnessruimte, een lounge, een wasplaats voor de camper en nog meer van dit soort primitieve dingen. |
|
Dinsdag
15 juli We kopen op de camping een dagkaart voor de tram en bus naar en in Vancouver. De Skytrain, een soort sneltram, brengt ons vanaf een halte dichtbij onze kampeerplek naar het hartje van de stad. Het is Canada´s derde grootste stad na Toronto en Montreal en heeft, samen met de voorsteden, ongeveer 2,2 miljoen inwoners. De binnenstad is prachtig gelegen aan zee en staat vol met wolkenkrabbers van beton, staal en glas. Alles weerspiegelt in elkaar en dat geeft
een fascinerend effect. We stappen uit bij Canada Place waar we
langs de beroemde zeilen wandelen en alweer snel aan een kopje
koffie toe zijn. We merken echter dat alles gesloten is:
koffiehuizen, parkeergarages, hotels. We vernemen dat in deze wijk
gisteren een ondergrondse brand in het energiesysteem heeft
gewoed hetgeen een enorme chaos veroorzaakte. Het verkeer raakte
ontwricht en niets werkte meer. Het is de grootste stroomstoring sinds
30 jaar en het herstel zal in ieder geval ook deze dag nog duren.
Overal staan noodaggregaten om het hoogst noodzakelijke van
elektriciteit te voorzien. Gelukkig is er enkele blokken verder
niets meer van te merken, dus met de koffie komt het ook weer goed. We
wandelen door de drukke winkelstraten en lunchen in de bibliotheek,
een modern gebouw uit 1995 dat enigszins op het Colloseum van Rome
lijkt. Daarna stappen we op een bus die langs
allerlei
bezienswaardigheden rijdt en ons ook naar Stanley Park brengt. Dit
prachtige park is een van de grootste stadsparken ter wereld en het
grootste van Noord-Amerika. Met meer dan 400 ha is het groter dan het
centrum van Vancouver zelf waaraan het grenst. Het is omgeven
door de zee en heeft veel recreatiemogelijkheden. We huren een
tandem en fietsen over het ruim 10 km lange fietspad dat rond het
park loopt. Dat doen we overigens samen met honderden andere
fietsers en skaters. Het pad biedt een prachtig uitzicht op de stad
en de zee.De dag vordert alweer aardig en we besluiten een hapje te gaan eten in Granville Island, een klein gerenoveerd gedeelte van de stad. Hier bevindt zich een van de grootste overdekte levensmiddelenmarkten ter wereld en een mengeling van galerieën, werven, restaurants en zelfs een kleine bierbrouwerij. We eten een heerlijke schotel met verschillende (vis)gerechten in een restaurant dat is ondergebracht in een voormalige loods. Daarna lopen we (een aardig eind) terug naar het Waterfront om weer op de sneltram naar de camping te gaan. |
|
Woensdag 16 juli Aan één dag heb je niet genoeg om Vancouver te bekijken, dus gaan we er opnieuw heen. Weer met de Skytrain die overigens zonder machinist rijdt. In de stad aangekomen, le zen we in de krant dat de
stroomstoring nog niet is opgeheven, maar we merken er hoegenaamd
niets van. We gaan in het Harbour Center met een lift naar een hoge
verdieping vanwaar we de hele stad kunnen overzien. Een
schitterend uitzicht rondom.We eten een heerlijke sandwich aan de rand van de binnenstad aan de oever van de zee waar de watervliegtuigen vertrekken en aankomen voor rondvluchten boven de stad en vervoer naar Victoria. Robson Street is in Vancouver de belangrijkste winkelstraat. We slenteren langs de winkels en kopen nog het een en ander. We rusten vervolgens uit in een parkje onder het genot van een frisdrankje. We hebben van het zien van al die watervliegtuigen ook zin gekregen om een vlucht boven de stad te maken en doen dat dan ook. In een
klein vliegtuigje met plaats voor zes personen. Een heel aparte
ervaring om vanaf het water op te stijgen. Rob zit op de plaats van
de copiloot, maar hoeft de gezagvoerder gelukkig niet bij te staan.
Dankzij het (nog steeds) schitterende weer hebben we een
sensationeel uitzicht over de stad en de
omgeving daarvan. Zoals met zo veel dingen hier in dit land, weten
we niet waar we naar moeten kijken; we willen eigenlijk alles tegelijk
zien. We hadden ons voorbereid op een schokkerige landing
op het water, maar het gaat heel soepeltjes.We rijden weer terug met de sneltram, maar stappen eerst uit in Metrotown om naar het grootste winkelcentrum "Metropolis" van British Columbia te gaan. Op een enorme oppervlakte over drie verdiepingen zijn 470 winkels gevestigd. Op het "Foodcourt", een plein met eetgelegenheden, kun je alleen al uit 24 zaakjes kiezen om je maag te vullen en wij kiezen er ook een uit. We hebben lang niet alle winkels gezien als we het treintje weer opzoeken om naar onze slaapplaats te gaan. |
Donderdag 17 juli We
moeten de camper morgen schoon afleveren, dus we gaan vandaag flink
aan de slag. De camping is voorzien van een speciale plaats waar we
het voertuig kunnen reinigen. Er is een hogedrukspuit en een borstel
die zeep spuit, dus daarmee moet het wel gaan. Rob staat erom bekend
dat hij vrijwel nooit een auto wast (de regen en de wind moeten
volgens hem genoeg zijn), maar nu staat hij driftig te sproeien en
te schrobben. Zelf blijft hij ook niet droog, maar de camper ziet er
na enige tijd weer piekfijn uit.Na de lunch maken we een wandeling langs het Burnaby Lake dat aan de camping grenst.
Het is min of meer een oase in de omliggende drukte en eigenlijk een "wetland" met veel water en drassige grond,
waar de bloemen, planten en bomen volop groeien. Het meer is voor
een groot deel dichtgegroeid met
waterlelies. Ook veel vogels
hebben hier hun verblijfplaats. We zien in ieder geval ganzen,
eenden en "red-winged blackbirds", die in het Nederlands
kennelijk epauletspreeuw heten (zie foto rechts). Na de wandeling duiken we eerst het zwembad van de camping in, waarna we verdergaan met opruimen. De camper moet intern worden ontdaan van onze spullen en de koffers moeten uiteraard ook weer worden gepakt en dat is altijd een hele klus. Er lijkt altijd meer in te moeten dan op de heenreis. Uiteindelijk lijkt het toch te lukken. Als "beloning" dat alles weer is ingepakt, trakteren we ons ´s avonds op de rest van een fles witte wijn, maar er staat ook nog een staartje Yukon Jack dat we soldaat maken. Deze drank, onder meer samengesteld uit Canadese whisky en honing, wordt ook wel het zwarte schaap onder de sterke drank genoemd! Het wordt een vrolijke boel, maar we hadden het niet moeten doen... |
|
Vrijdag 18 juli/zaterdag 19
juli Carla is niet in orde: ziek, zwak en misselijk en vooral zware hoofdpijn. Zo beroerd dat ze niet in staat is de camper verder op te ruimen. Ze rilt van de kou en wil alleen nog maar op bed liggen. Rob maakt alles schoon en dan vertrekken we toch zo goed en zo kwaad als het gaat naar de camperverhuurder. Met ons verblijfsvoertuig is alles in orde en
desgevraagd kunnen we enige uren gebruik maken van een te koop staande
camper om Carla enigszins op verhaal te laten komen. Dat lukt niet erg
en Rob gaat nog door zijn rug ook, dus dat maakt alles ook niet
gemakkelijker, maar we laten ons toch maar met een taxi naar het
vliegveld brengen. Daar huren we voor vier uur een zeer luxe kamer in
het Fairmont hotel met twee kingsize bedden en een grote badkamer. We
kijken prachtig vanuit onze hotelkamer rechtstreeks op het platform van
de aankomende en vertrekkende vliegtuigen (zie foto rechts), terwijl er
niets van het geluid daarvan tot ons doordringt. Heel bijzonder. Carla
slaapt en doezelt veel en Rob leest een boek uit.
Langzamerhand knapt ze een beetje op. Het bad is daarvoor ook
weldadig. Rob checkt in voor de terugvlucht hetgeen nogal lang duurt, waarna we nog een
klein uurtje in de lounge van het hotel zitten.Het vliegtuig vertrekt precies op tijd, waarbij we in de avondzon nog een keer het schitterende berglandschap onder ons zien weg glijden (zie op de foto links Mount Baker in de USA). Met een tussenstop in Calgary duurt de vlucht nu 11 uur. Carla voelt zich nog steeds niet best en de spit in mijn rug wordt er ook niet beter op. Op Schiphol nemen we een taxi en na 37 dagen, bijna 16.000 vliegkilometers, ruim 4.000 km over de weg, 21 campings, meer dan 2250 foto´s en ruim 6 uur video, stappen we zaterdag om 18:30 uur Nederlandse tijd redelijk uitgeblust ons huis weer in. |
|
Enige tips
voor een (camper)reis naar Canada Het was ’s
nachts soms erg koud. Wij kochten een extra deken. De aanschaf van
het hoeslaken en de deken werd door Cruise Canada vergoed. |